donderdag 18 juli 2013

About stacking and YOLOing into stuff

Don't worry, I have not turned into one of those #yolo #swag kids! No, I want to talk about a computer game today. And about some people I met while playing this game.

"Friendships over the internet aren't real." That's what you hear when you tell people about friends you met through video games. I guess it depends on how you define friendship. True, you cannot call those people on a Friday night to go out drinking and you might not even know their real name. But on the other hand you share the same interest (a video game) and you may find you have more things in common.

During these last few months, I spent quite some time in Tyria, the fictional world of Guild Wars 2. It's in this world that I met some totally awesome people to form a guild with. Together we fought dragons, saved the cute quaggans and battled our way through dungeons. These dungeon runs ranged from 10 minutes to nearly 6 hours. Yes, six hours. These endeavours, together with other shenanigans like exploring the major cities for hidden corners, molded us into a good team and even a bunch of friends.
Today two of those people announced they're quitting the game. I respect their decision yet I couldn't help but feel sad about it. Thinking back on the "old times" made me laugh and shed a tear at the same time.

One person, known as Razz or V, would always assume command of the operation. Even when he stepped in for someone else in the middle of a dungeon, he would straightaway tell us to (my apologies for the technical lingo, dear readers) "stack right here so we can L.O.S. them around the corner. I'll throw a reflect wall and then Nico can cast his wall afterwards. Ready? Then I'll go pull the enemy with my Golem in a Box." Don't ever let him hear me saying this, but his advice and tactics were really good and pulled us through on numerous occasions! He was also the guild mate who ALWAYS found new tricks to glitch stuff and enter undiscovered areas. The following game update usually fixed these glitches, which made him slightly grumpy and amused us to no end.

The other person was V's brother Paen aka P. While V held briefings before engaging a difficult enemy, Paen showed off his shiny new weapons and yell things like "ERMAGHERD, ROCKET BOOTS, YOU GUYS!". And then, while we stacked and V went to pull one enemy, Paen would opt for his own battle plan. This own plan turned out to be a slightly adapted version of Leeroy Jenkins. 'Adapted' meaning he shouted "YOLO" before running in, realizing he made a terrible mistake and saying "Oh sh*t, oh guys, halp?" Or he would ask where I was ("east of that city") and then run toward me, not find me and realize he went west instead of east. Occasionally we would also have serious conversations about the real world. Especially Paen, the "chaotic" one, turned out to be someone who I could talk to about serious stuff.

The contrast between V and P could hardly be bigger: one thinking about battle plans, the other just running in. But what they had in common was a great sense of humour that often had everyone in the guild choking on their drinks or dying in the game because we were laughing too hard to focus on the fight.

If someone tells me "friendships over the internet aren't real", I will disagree with them because to me friendship is having fun together and listening when someone is feeling a bit down. And that's exactly what me and my guild mates do.

So when V told us they were both quitting the game I felt sad. Even though we will try to keep in touch and we might find a new game to play together, this guild will not be the same as before. I will definitely miss the structure V brought during dungeon runs and the crazyness that followed P.


V and P, thank you for all the fun we've had so far. I wish both of you the best of luck in life and I hope to see you again someday!

zaterdag 5 januari 2013

... viseert een bevolkingsgroep

Allereerst een gelukkig nieuwjaar gewenst aan al mijn lezers, zowel mijn trouwe volgelingen als de occasionele bezoekers.

Ik heb een tijd geleden een relaas gedaan over mijn ervaringen in de trein. Tijd dus om het over een andere vorm van openbaar vervoer te hebben. Meer bepaald over een bepaalde bevolkingsgroep die de bussen terroriseert. Iedereen kent ze wel, die mensen die zich beter voelen dan iedereen en dat ook duidelijk laten merken. Een typische busrit in Leuven verloopt daardoor steeds volgens hetzelfde stramien.
Je komt aan de bushalte aan het station en daar staat meestal al een exemplaar te wachten. Als ze er nog niet staan, moet je gewoon even wachten en dan komen ze zeker opdagen. Ze zijn makkelijk herkenbaar aan hun typische kledingstijl en vooral ook hun manier van praten en lopen. Niet dat ze allemaal even erg zijn, sommigen vallen zeker goed mee. Maar de anderen zijn onmiddellijk herkenbaar en je weet ook meteen dat ze problemen gaan geven.
Gisteren bijvoorbeeld kwam een specimen naast mij op het perron staan, op minder dan twee meter van de vuilnisbak. Aangezien we nog even op de bus moesten wachten, vond dit exemplaar het een goed moment om nog even een snoepje te eten. Zodra het chocolaatje in haar mond stak, frommelde ze het papiertje op en keek ze even rond zich. Toen ze merkte dat ik haar in het oog had, deed ze alsof ze het papiertje in haar jaszak wou steken, om het vervolgens "subtiel" op de grond te gooien. Dit is iets waar ik niet tegen kan, beste lezers. Er stond een vuilnisbak op amper twee passen afstand en het perron stond zeker niet zo vol dat deze onbereikbaar was. En zelfs als er geen vuilnisbak binnen aanvaardbare afstand staat, hoef je je afval nog niet op de grond te gooien. Steek het dan in je jas of handtas (ze had een grote handtas bij, dus zeker plaats genoeg) tot aan de eerstvolgende vuilnisbak. Maar gooi je afval niet op de grond en al zeker niet na zo'n circus waarbij je doet alsof je het in je jas gaat steken. Dat bewijst dat je goed genoeg weet dat dat niet hoort!
Ik heb even overwogen om te zeggen tegen deze persoon: "Excuseer, ik denk dat u iets heeft laten vallen." Maar de bus kwam toen net aan en het ellebogenwerk begon. Er zijn al mensen voor minder onder een bus geduwd. U mag twee keer raden wie het hardste liep te duwen en trekken om als eerste op de bus te kunnen... Inderdaad, onze sluikstortende vriendin, samen met enkele van haar soortgenoten die plots uit het niets opdoken. Het lijkt alsof ze daar een sport van maken: als eerste op de bus willen en dan de deur blokkeren omdat ze iets willen vragen aan de chauffeur. Zodra ze dan ingestapt zijn, is het tijd voor de volgende stap: plaats zoeken. Sommigen lijken een favoriete plaats te hebben en die moeten en zullen ze te pakken krijgen. Als er al iemand zit, wordt deze persoon verzocht om op te staan, op vriendelijke of minder vriendelijke wijze. Het probleem is dat je er moeilijk tegenin kan gaan, omdat dan alle medepassagiers scheef naar je kijken. Ze willen niet gediscrimineerd worden als lid van een bepaalde bevolkingsgroep, maar als het hen uitkomt, zwaaien ze wel met hun lidkaart van deze groep: "ik mag zitten want..."
Het lef van sommige bejaarden!

Bent u geneigd om op te staan voor iemand die eerst een aanval doet op het wereldrecord hinkstapspringen in een poging om als eerste op de bus te raken en vervolgens een wandelstok bovenhaalt en een zitplaats opeist omdat hij slecht te been is? Of iemand die eist dat de passagier op de tweede zetel vooraan links opstaat terwijl er achteraan de bus nog 5 plaatsen vrij zijn?
Zo'n relschoppers moeten bij mij niet afkomen. En dan trek ik het me ook niet aan dat ze tegen hun vriendin zitten te klagen: "Oooh Mariëtte, die jeugd van tegenwoordig, die staan hun plaats niet meer af aan ons, het is toch erg he."
Ja mevrouw, het is erg gesteld met de jeugd, maar ik sta mijn plaats wel af aan oudjes die slecht te been zijn én ik gooi geen afval op de straat, dank u.

donderdag 25 oktober 2012

Excuustruus

Het heeft na de verkiezingen van 14 oktober geen twaalf uur geduurd eer er in Sint-Truiden een coalitie was gesloten tussen CD&V en OpenVLD om samen te gaan besturen. Of er nu al dan niet een voorakkoord bestond, is voer voor discussie. Maar laten we dat een andere keer bespreken. Ik wil het hebben over onze nieuwe burgemeester Veerle Heeren en over een kort "gesprek" dat ik enkele jaren geleden met haar had.

We schrijven 2006, ik zit in het laatste jaar van het middelbaar en onze klas heeft een uitstap naar Brussel om onder andere het Vlaamse Parlement te bezoeken. Ter plaatse krijgen we in het halfrond wat uitleg van een volksvertegenwoordiger uit onze eigen stad, mevrouw Heeren. Nadat ze verteld heeft waar zo'n Parlement zich zoal mee bezighoudt, krijgen we de kans om vragen te stellen over de politieke actualiteit. Op dat moment werd in het nieuws veel aandacht besteed aan de vrouwenquota. Kieslijsten moesten in het vervolg uit evenveel mannelijke als vrouwelijke kandidaten bestaan (en de eerste drie kandidaten op een lijst mogen niet allemaal van hetzelfde geslacht zijn). Het gevolg van deze beslissing was dat partijen naarstig op zoek gingen naar vrouwelijke kandidaten om op de lijst te staan voor de gemeenteraadsverkiezingen die er toen aankwamen. Sommige partijen waren zelfs zo wanhopig dat ze in ware tupperware-stijl infosessies organiseerden: "organiseer thuis een avond met vriendinnen waarop één van onze vrouwelijke kopstukken komt praten".

Dus toen ik de mogelijkheid zag om Veerle Heeren daar persoonlijk over te interpelleren, kon ik dit niet zomaar laten voorbij gaan. De volgende (zeer korte) dialoog was het resultaat:
- "Over die vrouwenquota voor kieslijsten vraag ik me het volgende af. Is het niet beter om kandidaten te selecteren op competenties dan op geslacht?"
° "Vrouwen kunnen ook bekwaam zijn hoor!"
- "Dat ontken ik niet, maar ik word persoonlijk liever vertegenwoordigd door een bekwame man dan door een vrouw die enkel en alleen verkozen is omdat ze een vrouw is."
° "Maar vrouwen kunnen ook bekwaam zijn."

U ziet het, beste lezer, er viel niet echt met haar te praten over het onderwerp. Tijdens de verkiezingscampagne de afgelopen maanden was de slogan van mevrouw Heeren "Ik kies voor HAAR!" en hield ze acties onder de titel "Stem vrouw". Ik vroeg me toen af hoe men zou reageren wanneer een man campagne zou voeren met "Stem op mij, want ik ben een man". Of hoe die-hard feministes en voorvechtsters van de vrouwenquota zouden steigeren wanneer in typische vrouwenberoepen, zoals vroedkunde, quota worden opgelegd dat er evenveel mannen als vrouwen moeten aangenomen worden. "Ja mevrouw, u bent de beste kandidaat op basis van uw competenties maar jammer genoeg moeten we een man aanwerven. Nog een prettige dag verder." De golf van verontwaardiging zou allicht groot zijn.

Behalve het feit dat met deze quota niet de meest bekwame kandidaat wordt aangenomen of verkozen, kan je je ook afvragen hoe het voelt voor de persoon die de begeerde positie krijgt, de zogenaamde excuustruus (of -guus indien het om een man gaat). Dat hij/zij niet op eigen kracht bewezen heeft hogerop te raken en die functie enkel gekregen heeft door te beschikken over het juiste chromosoom. Zou u zich daar goed bij voelen? En u, kersverse mevrouw de burgemeester? Ik alvast niet.


In afwachting van een storm aan feministisch ge-"maar-maar",
An

maandag 30 januari 2012

Supermarktstress

Iedereen kent het probleem wel: de voorraadkast is leeg en je hebt honger. En aangezien er geen wolharige mammoeten meer rondzwerven en de gemiddelde mens ook geen giftige bessen van eetbare meer kan onderscheiden, haal je je voorraad vlees en andere voeding voor een hele week het best in de supermarkt. Dichtbij, snel en gemakkelijk! Of dat willen ze ons toch doen geloven. Dichtbij, dat zal nog wel kloppen voor de meeste mensen. Aangezien je je boodschappen niet in 1 zak krijgt en al helemaal niet mee op de fiets kan nemen, moet je toch de auto van stal halen en dan is alles plots veel dichterbij. Maar snel en gemakkelijk? Neen, daar ben ik niet van overtuigd. Eerst en vooral moet ik parkeerplaats vinden voor de wagen. Natuurlijk parkeer ik liefst zo dicht mogelijk bij de ingang van de supermarkt, maar iedereen heeft datzelfde lumineuze idee en dus is er enkel nog plaats te vinden ergens achteraan de parking, tussen twee zeer sociale dubbelparkeerders zodat de auto er nog wel tussen past maar ik het portier niet meer open krijg. Wanneer ik dan eindelijk via je koffer uit de wagen geklommen ben, begint de zoektocht naar een winkelkarretje. Winkelkar, o winkelkar, waer bestu bleven? Daar staat er nog eentje! En er ligt zelfs geen afval in! Op naar de ingang...
We bevinden ons in een supermarkt van een niet nader genoemde keten waarvan de naam begint met een C en eindigt op T. De vreselijke akoestiek zorgt ervoor dat ik meteen een storm van lawaai te horen krijg zodra ik de winkel betreed. Niet echt gezellig naar mijn bescheiden mening. Maar goed, ik baan me een weg langs de rekken wijn en kom aan bij een tafereel dat op het eerste zicht lijkt op een autokerkhof, maar dan met winkelkarren: verwrongen metaal, schreeuwende mensen, iedereen loopt door elkaar. Ik merk echter al snel dat het gaat om mensen die een bestelling willen plaatsen bij de beenhouwerij. 5 mensen staan te drummen bij het uitstalraam, 10 anderen vechten om een bestelformulier en een plekje om dat in te vullen, hun winkelkarretjes staan intussen overal verspreid. Ik vervolg mijn weg en bots in het volgende rek bijna op een tegenligger. De persoon in kwestie kijkt me verongelijkt aan en vervolgt zijn weg. Ik besluit hetzelfde te doen. Een halve rij verder is het echter weer van dat. Een vrouw komt uit de andere richting en beslist haar kar tijdelijk te parkeren naast een ladder waar een werknemer de rekken aan het vullen is. Ze heeft namelijk koekjes nodig die in dat ene rek staan. Jammer genoeg voor mij weet ze niet precies wélke koekjes en neemt ze dus elk pak afzonderlijk vast. Intussen kan ik niet vooruit want het gangpad is precies even breed als de kar en de ladder. Zucht... Ik manoeuvreer mijn eigen kar dus maar aan de kant, net voor de ladder zodat de dame in kwestie vlot voorbij kan wanneer ze eindelijk de koeken gevonden heeft die ze zocht. Helaas pindakaas, het volgende product op haar boodschappenlijstje blijkt net datgene te zijn waar mijn kar voor staat. Een volgende verongelijkte blik valt me te beurt en ik word gedwongen mijn kar achteruit te trekken zodat mevrouw met haar kar tot vlak voor het juiste rek kan rijden en ik dan vervolgens kan passeren. De rest van mijn winkelbezoek verloopt volgens hetzelfde patroon. Nochtans ben ik 1 van de weinige mensen die de pijlen volgt die in het groot op de vloer geschilderd zijn. Uiteraard vormen die pijlen een verkoopstechniek omdat je op die manier voorbij alle rekken komt en zo hopelijk nog wat extra producten koopt, maar het maakt het winkelen voor iedereen zoveel aangenamer wanneer iedereen de pijlen zou volgen. Toch? Geen tegenliggers meer. Het probleem van mensen die overal te pas en te onpas blijven staan met hun kar en daarmee de doorgang blokkeren, raakt inderdaad niet opgelost wanneer iedereen de pijlen volgt, maar het zou al een begin zijn.
Met een bloeddruk die ondertussen al flink gestegen is, bereik ik uiteindelijk de kassa's. Ik kan de uitgang zien, de buitenlucht bijna voelen! Spijtig genoeg heb ik -alweer- de foute rij gekozen en duurt het inscannen en afrekenen van een pak rubberen handschoenen en 2 potten vaseline van mijn voorganger veel langer dan de volle kar van de rij naast mij. Ik herinner mij plots dat deze winkelketen een tijd geleden geëxperimenteerd heeft met het invoeren van 1 enkele wachtrij van waar de mensen dan vervolgens konden doorschuiven wanneer er een kassa vrij kwam. Jammer genoeg werd dit idee afgevoerd omdat de mensen het gevoel hadden dat ze langer in de rij stonden. Omdat mensen die vinden dat ZIJ mogen spookrijden en dat ZIJ ook nog kwaad mogen zijn op mensen die wel de juiste richting volgen, het gevoel hadden dat het langer duurde. Goed, zo'n lange rij geeft het gevoel dat het lang gaat duren eer het jouw beurt is en je kan niet kiezen voor een bepaalde kassier, maar je gaat nooit meer de pech hebben dat jij net in de traagste rij staat. Gemiddeld zal de wachttijd ongeveer gelijk blijven. En als je absoluut je lievelingskassier wil, laat dan andere mensen voor tot hij/zij vrij is. Je moet er iets voor over hebben, niet? Na enkele minuten hierover te mediteren, is het toch eindelijk mijn beurt. Ik reken af, laad alles in de koffer van de auto, breng de kar weer weg en vertrek vervolgens naar huis. Daar lig ik de rest van de dag met hoofdpijn in de zetel en weet ik weer waarom ik mensen soms op hun gezicht wil slaan. Elke week opnieuw...

donderdag 6 oktober 2011

iSad

Er was vandaag niet naast te kijken op de diverse nieuws- en andere sites. Overal zijn er berichten te vinden over het overlijden van Steve Jobs: velen betuigen hun medeleven aan de familie en vrienden, nog meer mensen beschrijven hoe hij hun leven veranderd heeft, hoe onmisbaar hij was voor hen omdat ze tegenwoordig niet meer zonder hun iGadgets kunnen. Ik wil even benadrukken dat ik dit ook erg vind en dat ik ook m'n medeleven wil betuigen aan zijn familie (hoewel ze dit natuurlijk nooit gaan lezen, maar het is het idee dat telt).

Een ander nieuwsbericht dat hierdoor een beetje naar de achtergrond verdrongen is, vertelt hoe Vlamingen (nog steeds?) niet weten waar ze terechtkunnen met psychische problemen. Uit de cijfers blijkt dat elke dag 3 Vlamingen uit het leven stappen, waarmee we "koplopers" zijn in West-Europa. Met deze cijfers doen we het slechter dan Nederland, waar het taboe rond depressie minder groot is en mensen dus eerder hulp zoeken in plaats van alles op te kroppen tot het op een bepaald moment ondraaglijk wordt en ze geen andere uitweg meer zien. Er zijn wel diensten zoals Tele-Onthaal of de Zelfmoordlijn beschikbaar voor mensen die willen praten over hun problemen of ze kunnen terecht bij een psychiater/psycholoog, maar dit is een grote stap voor velen. Zeker wanneer buitenkomen en de wereld onder ogen zien, steeds meer moeite vergt. Bovendien is er dan ook vaak de gedachte dat zij zelf het probleem zijn, het wordt moeilijk om het overzicht te behouden en men vergeet of weigert te geloven dat er een oplossing mogelijk is waardoor de drempel te hoog is om professionele hulp te raadplegen. Het is in zo'n geval belangrijk dat er iemand klaar staat uit de eigen omgeving om de persoon in kwestie te helpen, te troosten en aan te moedigen om die drempel toch over te raken. Mensen die depressief zijn, voelen zich overbodig en durven niet altijd zelf om hulp te vragen. Wanneer ze dit toch doen, krijgen ze echter vaak de deur in hun gezicht dichtgesmeten. Hun "vrienden" willen niet luisteren. Wanneer je dan ook minder buitenkomt omdat je er de zin niet meer van inziet en er ook geen plezier meer in vindt om uit te gaan, gaan die vrienden de persoon in kwestie niet meer mee vragen, waardoor hij/zij zich nog meer geïsoleerd gaat voelen. De gedachte dat je vrienden je eigenlijk niet leuk vinden, gaat zich in je hoofd nestelen en daar verder groeien samen met de andere negatieve ideeën die daar al zaten. Zo wordt het steeds erger, je voelt je steeds slechter en eenzamer. Zelf nog vragen of iemand wil luisteren, zit er dan niet meer in aangezien je het gevoel hebt totaal overbodig te zijn en je blijft helemaal alleen, overgeleverd aan die voortdurende maalstroom van negatieve gedachten tot het op een bepaald moment helemaal 'op' is en je maar één uitweg ziet. Achteraf blijkt dan dat de vrienden en familie die persoon vreselijk missen maar dan is het te laat. Waar ik naartoe wil met dit verhaal: probeer je voor te stellen hoe het zou zijn als iemand uit je vriendenkring er plots niet meer zou zijn. Als die plaats aan tafel voor altijd leeg blijft, als de studentenkamer naast jou plots niet meer bewoond is, als je nooit meer een pint kunt gaan pakken met die ene vriend. Probeer dus vandaag (en alle dagen hierna) duidelijk te maken aan je vrienden en anderen die je dierbaar zijn dat je er bent voor hen. Hoe zij je leven veranderd hebben, hoe onmisbaar zij zijn voor jou.


PS: ja, ik weet dat Jobs wel degelijk een revolutie heeft teweeggebracht, ik heb tijdens het schrijven van deze tekst bijvoorbeeld ook gebruik gemaakt van een computermuis om maar 1 ding te noemen. Het gaat mij over het feit dat velen rouwen om de bedenker van de iPhone terwijl er in hun omgeving misschien mensen zijn die denken dat niemand om hen geeft en dat niemand hen zou missen.


PPS: de beschrijving hierboven komt niet rechtstreeks voort uit wetenschappelijk onderzoek maar is deels gebaseerd op wat ik in de loop der jaren (hoofdzakelijk in de media ) gelezen heb over het onderwerp en deels op eigen ervaring.


maandag 15 augustus 2011

Sorry-pas

WIJ ZIJN NIET TEVREDEN!

Met die woorden begon een brief die begin juni in de bus viel bij vele studenten en pendelaars. Om zich te verontschuldigen voor de vele problemen op het spoor, kreeg iedereen met een abonnement of campuskaart van de NMBS een sorry-pas. Met deze pas kon je dan tot eind augustus een dag gratis in eerste klasse reizen. Toch sympathiek, om te compenseren voor al die vertragingen, afgelaste treinen en stilvallende wagons in het midden van een veld.

Afgelopen zaterdag was het dan zover, ik ging mijn sorry-pas gebruiken! Ik ging naar Zaventem die dag en een gewoon ticket heen- en terugreis zou me meer dan 20 euro lichter maken. Aan het loket ruilde ik mijn brief in voor een ticket. Groot was mijn verbazing toen ik las dat reizigers van en naar de luchthaven ook nog een Diabolo-toeslag moesten betalen. Eerlijke An betaalt dus braafjes 4,20 euro toeslag. Achteraf gezien had ik kunnen zeggen dat ik in Brussel ging shoppen of naar een duivenvlucht in Quiévrain ging kijken, mocht de conducteur vragen stellen. Dan krijg je al eens een cadeautje van de NMBS en dan moet je er nog voor betalen. Maar daar gaan we het nu niet over hebben.
De trein was op tijd en yours truly zocht de wagon op met een grote 1 op de zijkant. Het eerste wat mij opviel, was de vreselijk muffe geur. De zetels in zo'n elitewagon zijn namelijk vervaardigd uit een soort velours en aangezien je het raam niet kan openzetten in die moderne treinen, ruikt dat niet zo fris. En dan kwam de zoektocht naar een propere plaats. Dat bleek minstens even lastig als in de tweede klasse, zelfs al was ik de enige persoon in die wagon. Zowel de vloer als de zetels bleken ronduit smerig te zijn!
Ik vraag me af hoe dat komt... Heeft iedereen al gebruik gemaakt van z'n sorry-pas en daarbij de eerste klasse bevuild? Of is het de bourgeoisie zelf die er een stal van heeft gemaakt? Je zou kunnen argumenteren dat de hogere klasse het gewend is dat er personeel achter hun gat loopt om alles meteen op te ruimen en dat ze daardoor niet weten hoe je afval in een vuilbakje werpt. Of beseffen dat cola en andere dranken niet in een zetel of op de grond thuishoren. Nochtans hoor of lees ik regelmatig mensen die steevast in eerste klasse reizen "omdat ze niet tussen de pendelaars willen zitten. Want daar is geen plaats, het stinkt en het is er vuil. Ze betalen graag meer om dat niet te moeten meemaken." Toegegeven, op zondag- of vrijdagavond is de trein niet de meest aangename omgeving wegens overbevolking en grote koffers. En wanneer je dan weer eens moet rechtstaan omdat er echt geen plaats is, lijkt die lege eerste klasse zo verleidelijk. Je zou dan toch denken dat de elite blij is dat ze niet tussen het proletariaat moeten zitten. En dat ze dus zorgen dat de eerste klasse niet verandert in een mesthoop. Of zie ik het verkeerd?

De trein had overigens geen noemenswaardige vertraging, maar de terugreis heb ik in tweede klasse doorgebracht, daar was het netter.

woensdag 27 juli 2011

Vakantiepret met Bad Translator

Nu de zomer in het land is en iedereen geniet van een welverdiende vakantie, leek het mij een gepast moment om deze blog eens vanonder het stof te halen.
Wanneer het weer het toelaat, zitten de stranden vol met mensen die tijdens het zonnebaden een boekje met sudoku's of kruiswoordraadsels volpennen. Jammer genoeg is dit voorlopig nog niet mogelijk geweest en worden we veroordeeld tot binnen zitten. Dit is ook niet altijd aangenaam natuurlijk, maar wanhoop niet! Deze post bevat namelijk een leuke tip om de grijze dagen door te komen. Wat heb je ervoor nodig? Een computer met internetverbinding. Is dat alles? Ja! Het is heel eenvoudig: surf naar de site die onderaan deze post staat (wacht nog even met scrollen!) en leef je even helemaal uit met het vertalen van allerlei filmtitels, citaten van Monty Python en dergelijke.

De site in kwestie heet Bad Translator. Wie is die bad translator precies? Jullie kennen hem allemaal, het is onze beste vriend Google. Iedereen kent wel het principe van Google Translate: je komt ergens een stukje tekst tegen in een vreemde taal en haalt Google er even bij om dit te vertalen, "om toch een idee te krijgen waar het over gaat". Wanneer je even met Bad Translator speelt, merk je al snel dat dit misschien toch geen goed idee is. Hoe werkt het? Je geeft een stukje (Engelse) tekst in en kiest dan hoeveel vertalingen je wil laten gebeuren. Vervolgens zal de Bad Translator die tekst omzetten naar het Afrikaans, terug naar het Engels, dan weer naar het Albanees, terug naar het Engels enzovoort tot het gewenste aantal vertalingen bekomen werd. Zo zal je zien dat je oorspronkelijke zin vaak totaal onherkenbaar geworden is.

Vooraleer je zelf aan de slag gaat met Bad Translator, heb ik een klein spelletje voorbereid. Hieronder staan enkele zinnen die ik zelf aan Bad Translator gevoerd heb, aangeduid met letters. Eronder staan de uitkomsten, aangeduid met nummers. Het getal tussen haakjes is het aantal vertalingen dat gebruikt werd om die resultaten te bekomen. Het is nu aan jullie om de in- en uitvoer aan elkaar te koppelen. De oplossingen staan onderaan.

a) Anybody in there?
b) Harry Potter and the chamber of secrets
c) Magnets, how do they work?
d) Will this result in a good translation?
e) Massively Multiplayer Online Role Playing Game
f) Call of duty
g) Always look on the bright side of life
h) Mind the pedestrian
i) What's up dog?
j) This is an ex-parrot!

1) What are you? (56)
2) Milk and mystery (40)
3) Madrid, no? (56)
4) Better? (50)
5) Networking is essential (50)
6) Total (56)
7) I am trying to save their lives (56)
8) Body and soul (56)
9) Do you like dogs? (56)
10) However, the birds (56)

Ziezo, hopelijk hebben jullie er wat plezier aan beleefd en heb ik een druilerige zomerdag toch wat kunnen opvrolijken. Wil je het zelf ook eens proberen? Dan kan je hier aan de slag. Laat jouw grappige uitkomsten achter in de reacties onder deze post, zodat iedereen kan meegenieten van Bad Translator!

De oplossing: de in- en uitvoer staan in dezelfde volgorde, a hoort dus bij 1, b bij 2 enzovoort.