donderdag 30 april 2015

Endless Forms Most Beautiful: Darwin meets metal


Richard Dawkins is te horen op een metal-album. Zo, dat is even met de deur in huis vallen. En dat doet de evolutiebioloog zelf ook. De stem van de auteur van The Selfish Gene is het eerste wat je als luisteraar te horen krijgt op het nieuwe album van Nightwish. Meteen daarna vallen de gitaren en drums in en zijn we vertrokken voor een dolle rit door de geest van mastermind Tuomas Holopainen. En doorheen enkele miljarden jaren evolutie.

Holopainen wilde als kind mariene bioloog worden. Zijn fascinatie voor de oceaan was al duidelijk naar voor gekomen in vorige albums, maar nu besteedt hij een hele release aan de evolutie van het leven op aarde. De titel Endless Forms Most Beautiful is trouwens afkomstig uit een citaat van Charles Darwin. Het gevolg van die invalshoek? Zinnen als 'look at yourself in the eyes of aye-aye'. 

'Look at yourself in the eyes of aye-aye.'
De teksten van Nightwish zijn altijd al een afspiegeling geweest van de gemoedstoestand van Holopainen. Dat bracht ons op Dark Passion Play naar duistere plaatsen, toen hij worstelde met het vertrek/ontslag van Tarja Turunen, die met haar typische operastem Nightwish beroemd maakte. Met de tweede zangeres, Anette Olzon, liep het ook mis. Zij werd tijdens een tournee in 2012 op straat gezet.

Enter Floor Jansen, de Nederlandse frontvrouw van After Forever en ReVamp. Endless Forms Most Beautiful is het eerste album met Jansen aan de micro, maar ze heeft de fans al kunnen overtuigen tijdens de vorige tournee van Nightwish. Wie ooit haar live-versie van Ghost Love Score tot op het einde gezien heeft, zal wellicht wat ontgoocheld zijn in de relatief brave vocals op dit album: je weet immers wat Jansen in haar mars heeft, maar Nightwish "wilde niet te koop lopen met haar talent". Op dat vlak is de keuze van Élan als eerste single ook wat vreemd. Ja, het is het meest radio-friendly nummer, maar valt magertjes uit in vergelijking met Shudder Before The Beautiful, Endless Forms Most Beautiful en Yours is an Empty Hope.

Nightwish heeft vooral goed geluisterd naar... Nightwish. De gitaren doen wat denken aan succesalbum Once, de intro van Élan lijkt verdacht veel op I Want My Tears Back en hier en daar is een streepje Master Passion Greed te ontwaren. Dat maakt het geluid meteen herkenbaar en veel fans zullen vooral blij zijn met de terugkeer naar Once.

Nightwish zou Nightwish niet zijn zonder een lang nummer. In het verleden bleef 'lang' beperkt tot 13 minuten, maar daar gaan we nu ver boven. The Greatest Show on Earth klokt af op 24 minuten en was oorspronkelijk zelfs anderhalf uur lang. Een groot deel van die 24 minuten bestaat uit dierengeluiden en Richard Dawkins, die je met zijn uitspraken recht in een existentiële crisis katapulteert. 'We are going to die and that makes us the lucky ones. Most people are never going to die because they are never going to be born.'

'We were here' klinkt het op dit album uit de mond van een indrukwekkend aanzwellend koor. Wat doen we met onze korte tijd op aarde? En welke erfenis laten we na? Een sterk album, in het geval van Nightwish.


woensdag 4 maart 2015

Truienaren morren over afvalfactuur

(dit artikel werd geschreven op 21 november 2014)

De inwoners van Sint-Truiden betalen vanaf dit jaar fors meer voor de huisvuilophaling in hun gemeente. Niet alleen de hoge prijzen zorgen voor onrust. “De infobrochure was vaag opgesteld en het leek alsof we een aantal vuilniszakken gratis kregen”, klinkt het. Bovendien is het hele systeem juridisch niet sluitend en dreigt een rechtszaak.

Een oldtimer rijdt al een aantal weken door het centrum van Sint-Truiden met op het dak twee volle vuilniszakken. De eigenaar van de wagen, advocaat Bernard Derwa, is niet op weg naar het containerpark maar wil protesteren tegen de nieuwe regeling rond de huisvuilophaling. “Mensen zijn veel te braaf en laten zich doen door het stadsbestuur”, vertelt hij. “Ik wil voor hen opkomen en de aandacht vestigen op het probleem.”

Dat probleem is de omschakeling naar de Limburgse intercommunale Limburg.net voor de ophaling van het huisvuil. Het stadsbestuur, dat bestaat uit CD&V en Open Vld, keurde die beslissing eind vorig jaar goed, ook al onder hevig protest van oppositiepartijen SP.A en NVA. Vanaf januari 2014 zou Limburg.net, zoals in alle andere Limburgse gemeenten, het huisvuil komen ophalen. De kostprijs van het hele plaatje? 111,35 euro vaste kosten per gezin en daarbij dan nog eens een bedrag dat afhangt van de samenstelling van het gezin. Voor een gezin van twee personen gaat het om 25 euro. Een alleenstaande betaalt dan weer 18,75 euro, een gezin van vier of meer personen 37,50 euro. Heidi, een jonge leerkracht die tot vorige maand een appartementje huurde als alleenstaande, vindt deze verhoudingen niet juist. “Ik vind het heel straf dat een gezin met twee personen slechts 4 euro meer betaalt dan ik”, foetert ze. Dat geld dient om de huisvuilzakken te betalen. “Het was niet duidelijk dat we voor die zakken moesten betalen”, vertellen Jeannine en Hugo, een koppel zeventigers. “In de brochure stond dat we recht hadden op ‘tegoedzakken’, wat de indruk wekte dat die gratis waren. We zijn die zakken dan gaan halen en nu, zoveel maanden later, krijgen we er een factuur van in de bus. Dat kan toch niet!”

Dat de brochure dubbelzinnig opgesteld was, blijkt uit de reacties van de mensen. Jeannine en Hugo hadden begrepen dat de vuilniszakken gratis waren, Heidi vertelt ook dat ze volgens veel mensen die zakken gratis had moeten krijgen. Marc, de vader van Heidi, zegt dan weer dat die mensen hun folder gewoon niet goed gelezen hebben: “Er staat dat mensen recht hebben op tegoedzakken, dat is niet hetzelfde als gratis zakken”.

Juridisch niet sluitend

Die 111,35 euro vaste kosten gelden voor één jaar en omvatten volgens de brochure “de inzameling van gft, pmd, papier, karton, herbruikbare goederen, textiel en glas. Daar zit ook in toegang tot recyclagepark, inclusief het kosteloos aanleveren van recycleerbaar afval en afval met aanvaardingsplicht.” Heidi merkt op dat geen mens die zin begrijpt. De eigenlijke omschakeling naar Limburg.net is niet ingegaan op 1 januari van dit jaar, maar pas op 1 juli. De eerste zes maanden heeft de stad Sint-Truiden dus nog zelf het afval opgehaald. Toch krijgen de mensen geen korting op hun factuur. In tegendeel zelfs, naast die rekening moeten ze ook nog eens tussen de 40 en 48 euro dienstenbelasting betalen. Die is ingevoerd tijdens de vorige legislatuur en diende om de ophaling van huisvuil te bekostigen. Dat vertelt Bernard Derwa. “Mensen betalen dus twee keer een belasting voor hetzelfde want Limburg.net stuurt geen factuur maar een aanslagbiljet”, gaat hij verder. “Dat mag juridisch gezien niet, ik stap dan ook naar de rechtbank hiermee en maak grote kans die zaak te winnen.” Het stadsbestuur gaf zelf eerder al toe dat het systeem juridisch niet sluitend is. Volgens de oppositie wordt er momenteel gepraat over de afschaffing van die dienstenbelasting voor volgend jaar, bij de meerderheid was niemand bereikbaar voor commentaar hierover.

Het stadsbestuur zei eerder al na te denken over een aanpassing van het systeem voor appartementen. Dat hoort Heidi graag. In haar appartementsgebouw hadden de bewoners een container. “Er moest niets gesorteerd worden en aan vuilniszakken van de stad of Limburg.net had ik dus geen behoefte.” Ze betaalde 20 euro vaste kosten en daar was de prijs van die container in meegerekend. Groot was dan ook haar verbazing toen ze in oktober een factuur in de bus kreeg waarin ook de huisvuilzakken werden aangerekend die ze nooit is gaan afhalen. Intussen was ze gaan samenwonen met haar vriend in buurgemeente Borgloon. Daar hebben ze geen container, dus hadden ze meteen na hun verhuis twee rollen huisvuilzakken gekocht ter waarde van 12,50 euro. Toen ze het factuur voor die niet-afgehaalde zakken kreeg, is ze meteen naar het gemeentehuis van Sint-Truiden gegaan. Daar kreeg ze te horen dat ze die zakken in het voorjaar had moeten komen halen, of anders een aangetekend schrijven kon sturen om er afstand van te doen. Heidi: “Omdat ik wist dat je voor een aangetekend schrijven ook flink betaalt, heb ik uitgelegd dat ik nu dus wel iets kon doen met die vuilniszakken. Als bij wonder krijg ik nu ineens wel drie rollen mee! Waarom kon dat een kwartier ervoor dan niet?” Nu heeft ze dus vijf rollen vuilniszakken, genoeg om twee jaar verder te kunnen. Toch denkt ze dat ze volgend jaar weer een aantal tegoedzakken zal aangerekend krijgen tenzij ze er, met een aangetekend schrijven, afstand van doet. Hugo en Jeannine brengen jaarlijks vijf maanden door in het buitenland. Zij houden op het einde van het jaar dus ook vuilniszakken over en vragen zich net als Heidi af of daar volgend jaar rekening mee gehouden wordt. Bij de stadsdiensten was er niemand beschikbaar die hierover een uitspraak kon doen.

Prestigeprojecten

Andere Limburgse gemeenten komen deels tussen in de kosten voor de huisvuilophaling. Zo bedraagt de factuur in Nieuwerkerken, een andere buurgemeente van Sint-Truiden 90,10 euro voor een alleenstaande en 108,85 voor een gezin van vier of meer personen. Dat is veertig euro minder dan wat mensen in Sint-Truiden betalen. De Truiense schepen voor milieu, Hilde Vautmans (Open Vld) zei eerder dat “de financiële situatie van de stad momenteel niet toelaat” dat de stad een deel van de kosten op zich neemt. Jeannine en Hugo vinden dat besparingen niet ten koste van de belastingbetaler mogen gaan. “Als ze willen besparen, kunnen ze beter die ijspiste in december afschaffen, zeker nu met dat dreigend stroomtekort.” Ook Bernard Derwa vindt het schandalig dat er tegelijk wordt geïnvesteerd in allerlei prestigeprojecten zoals een achtste sporthal, dure grasmatten voor het voetbal en een kunstproject terwijl er meer dan 1.000 mensen aanschuiven voor de voedselbedeling op een totaal van 40.000 inwoners.

Marc merkt op dat de huisvuilophaling niet goedkoop is, maar volgens hem is er niet meteen een alternatief. “Er wordt veel gejankt op sociale media, maar niemand onderneemt enige actie en zo zal iedere Truinenaar gezwind zijn factuur betalen”, zegt hij.

Dat niemand actie onderneemt, daar is Bernard Derwa het niet mee eens. “De meeste mensen zijn inderdaad bang voor de overheid en de deurwaarder.” Zelf houdt hij net daarom vol. Die vuilniszakken blijven op het dak van zijn auto staan en ook voor de rechtszaak die er zit aan te komen, is hij strijdvaardig: “Iemand moet toch opkomen voor de arme man in de straat, dat is wat ik doe.”

woensdag 31 december 2014

Outlander - review

The Facts


TitleOutlander
AuthorDiana Gabaldon
GenreHistorical, romance, fantasy
PublisherDelacorte Books
Publication date1991



The Summary

The story starts in Scotland, where Claire Randall (née Beauchamp) and her husband Frank are on their honeymoon. World War II has just ended and while they have been married for a few years now, they haven’t seen each other because Claire was a combat nurse in France. During this holiday, Frank is doing research on his ancestor, Jonathan Randall (nicknamed Black Jack), who was an officer in the English army in the 1740s. One day, Claire visits a circle of menhirs (or standing stones, as they are called in this book) in Craigh na Dun.
She faints after hearing a buzzing noise, wakes up again some time later and runs into Frank’s ancestor, Captain Jonathan Randall, who is not a very nice person to say the least. Luckily, a Scottish clansman shows up and rescues Claire. Well, “rescues” her, since he takes her to his buddies, a bunch of cattle-raiding Scots. One of them, a young, good-looking and kind specimen who goes by the name of Jamie, has a dislocated shoulder. This is of course not a big challenge for combat nurse Claire. Too bad the clansmen still don’t trust her and decide she has to go with them to their clan chief. By now Claire has realized she is no longer in the 1940s but rather in the 18th century.
During her stay at Castle Leoch, Claire fills her days with healing people, planning her escape back to Craigh na Dun and avoiding questions asked by clan chief Colum, who thinks she might be an English spy. He sends a group of clansmen, led by his brother Dougal, to collect taxes and orders Claire to accompany them. Not just so Claire can enjoy the wonderful fresh air of the Highlands, but because the English garrison nearby might know who she is or where she comes from. Here they meet Jonathan Randall again, who tells them Claire is not working for him and orders the Scots to bring her to him for questioning. Dougal and the lawyer who is traveling with them don’t want to give her to the English and find a way out of this: Claire has to marry a Scot. Cue young, handsome and kind Jamie. And so Claire finds herself married to two men at the same time, although technically one of them isn’t born yet.
Claire and Jamie slowly begin to fall in love, but she tries to escape to the standing stones once more. This fails miserably as she is arrested by an English patrol who take her straight to Captain Randall. After being rescued by her husband (the Scottish one), Claire returns to Castle Leoch and her position as healer. She befriends a local woman, Geilis Duncan, who shares Claire’s love for herbs and medicine. Everything seems to go well, until both women are arrested for witchcraft and are to be burned at the stake. Once again, Jamie shows up just in time to save his wife, who has just learnt a few shocking secrets about Geilis.
At this point, Claire tells Jamie the truth about her trip through time and her other husband. Jamie, our wonderfully noble hero, offers her the chance to go back. Instead, Claire decides to go with Jamie to his own estate, Lallybroch, where his sister lives. They spend a few peaceful months there, until Jamie is betrayed by one of his tenants and arrested by the English. Claire attempts to rescue him, but fails. Captain Jonathan Randall once again shows why his nickname is Black Jack Randall when he (again) threatens to rape her. But Jamie knows Randall secretly lusts for young, handsome Scottish men. Or at least the young, handsome, kind ones who are named Jamie. So he offers himself to Randall in return for Claire’s safety. A few hours before Jamie is to be hanged, Claire manages to free him from the clutches of Randall and they escape to France, where Jamie’s uncle is the abbot of a monastery. Here Claire works non-stop to heal Jamie, not just physically but mentally, after the horrible abuse Black Jack Randall put him through. After a swim in the healing waters of a sacred spring under the abbey, Claire tells Jamie she is pregnant. The end (for now).

The Impressions

What do you get when you mix time travel, romance and men in kilts? A massive best-selling success. And a tv show, which I might discuss in an upcoming post.
Famously Ms. Gabaldon wrote this book because she wanted to practice writing a novel and see if she’d like it. She clearly did, since this series is up to eight books by now and number nine is on its way.
The story is told from Claire’s point of view, in the first person. She likes herbs and medicine, so if you’re not interested in details about those topics, you might want to stay away from these books. And by details I mean many, many, very detailed details. It’s nice to know exactly what Claire is thinking, especially since she has some snarky comments about 18th-century men and their habits. We also feel her struggle with her feelings for Frank and Jamie. She wants to get back to the 1940s and her first husband, but at the same time she’s falling in love with her second husband, the fierce Highlander. And did I mention he’s not a bad lover? Yep, we get elaborate descriptions of their love-making. Elaborate, but never over the top.
About halfway through the book, when Jamie offers her the chance to go back through the stones, Claire makes a decision and never looks back. It’s almost like the husband she abandoned is wiped from her memory. Maybe that’s just how she is, but I personally would probably still wonder about the guy.
One thing that bothered me, was Claire’s favourite curse. “Jesus H. Roosevelt Christ”. Seriously? When I hit my toe or see some grisly wound, I keep it simple, one or two syllables will do. I don’t have time or breath to utter seven of them.
Now another thing I didn’t particularly like and what most people might find bad about this book is the use of rape and almost-rape as a plot device. Yes, I get it, the 18th century is a dangerous time for women. But it seemed like every time the plot was about to get stuck, Claire was attacked by a Scot or an English soldier with less than noble intentions. Her first encounter with Black Jack Randall and the second and the third, her encounter with the clansmen in the hallways of Castle Leoch, Dougal’s ever-present creepiness, the English deserters during her sexy-time in the meadow, and so on. And she’s not the only character facing sexual assault. In fact, Jamie’s abuse is the climax of the story. So if you are sensitive to that sort of scenes and want to read this book, be prepared for many of them.
With all the predators out there in the Highlands, Claire should consider herself very lucky to be married to Jamie. Out of all the men Dougal could’ve chosen for Claire, he picked the handsome, kind and fairly open-minded one. Except for that one occasion when Jamie decided to teach Claire some obedience and it made me fear we were entering 50 Shades territory. Apart from that, Jamie is almost too perfect. So much even, that I couldn’t help but think that if I were trapped in the 1740s with a man like that, and Frank being my other option in the 1940s, I wouldn’t even consider going back to Frank. Especially since Frank more or less admitted he was unfaithful to Claire during the War.

The Conclusion

Anyway, as a summary: if you like romance in a historic setting with a few fantasy elements here and there, if you like stories told from a female perspective and if you can deal with descriptions of sexual assault and even more descriptions of consensual sex, go get this book.

zondag 19 oktober 2014

The High Lord - review

First of all, this book is the third part of the trilogy I reviewed here and here. If you plan on reading the series, I suggest you don't read this review yet. I won't hide spoilers for all three books in the summary part and only hide spoilers for this one in the impressions.

The Facts

TitleThe High Lord (The Black Magician Trilogy, part 3)
AuthorTrudi Canavan
GenreFantasy, young adult
PublisherOrbit Books
Publication date2003


The Summary

After the events in the previous book, Sonea now has the respect of her fellow novices and magicians. She is, however, still afraid of her guardian, High Lord Akkarin, who is a powerful black magician. Akkarin shows Sonea a book that tells the story of Coren, the architect who designed and built the Guild. She is shocked to learn that Coren was a black magician. From another book, Sonea learns that black magic was once called higher magic and was widely accepted by the Guild Magicians. After one novice abused his powers in his quest for power, the Guild banned black magic.
Akkarin then takes Sonea to question a Sachakan spy, who’s being held captive by Sonea’s old friend Ceryni. Akkarin teaches Sonea to read the mind of unwilling people and she learns that the spy was sent by a group of Sachakan rebels, the Ichani, to kill Akkarin, who used to be their slave. Later on, Akkarin confides his story to Sonea. He was a slave to one of the Ichani, but was taught black magic by another to kill this Ichani. This Ichani’s brother is now seeking revenge and gathering the other rebels around him to attack Akkarin and the Guild. Sonea’s view of the High Lord changes from fear to sympathy and respect. She manages to convince him to teach her black magic.
One night, Sonea and Akkarin are out in the city to deal with another spy. After Sonea kills her and they head back to the Guild, both she and Akkarin are arrested by the Guild, who have discovered that both of them know black magic. Not sure whether Akkarin’s warning of the impending Ichani invasion of Kyralia is true or not, they decide not to execute him, but “merely” exile him to Sachaka. Sonea refuses to remain behind because she fears for his safety, so together they leave the Guild and head to the dangerous wasteland of Sachaka. During their journey through Sachaka, Sonea develops romantic feelings for Akkarin. Initially she tries to hide those, until she accidentally discovers the feelings are mutual. They travel back to the Kyralian border and sneak back into the capital city Imardin so they are nearby when the Ichani invasion starts.
With the aid of the Thieves, Akkarin and Sonea manage to isolate and kill several of the Ichani. In the final confrontation, they face the three remaining Ichani, who have been absorbing the power that was stored in the Guild buildings. Their leader lays a trap and manages to stab Akkarin in the chest. Mortally wounded, Akkarin refuses to let Sonea heal him, instead asking her to use his power to kill the Ichani. She does this, only to discover that he gave her all of his power and died.
The final chapter reveals that Sonea is now the Guild’s “official” Black Magician, that she runs a few hospitals in the slums and that she is pregnant.

The Impressions

So Miss Canavan killed my favorite character. Thanks a lot. Well, I have to say it wasn’t entirely unexpected. About halfway through the book, I started thinking “yep, that one’s going to die.” And they did. Why was that character my favorite? Because they weren’t just good or bad. Most other characters had a very clear position on the goodie-versus-baddie scale, right from the start of the trilogy. This one did not. And let’s be honest, what girl doesn’t like a tall dark mysterious man? The way the story was written, however, clearly set up the stage for that character to die.
The pace of this book was quite high, with Sonea first discovering Akkarin’s secret, learning black magic, being exiled and finally returning for the big battle. That was a nice change from the previous books, that dwelled on Sonea hiding from the Guild and her being bullied by Regin for far too long. At the same time the story was rather predictable. Like I wrote in the previous review, Akkarin was indeed the Misunderstood Guy With A Big Secret. Sonea learns about this, starts feeling more sympathetic towards him and during their exile even falls in love with him. Oh and look, a picturesque valley and a waterfall in the middle of the wastelands. Oh and look, the story ends with Sonea revealing she’s pregnant. That’s quite a number of clichés. Now, these books aren’t world-class literature or even pretending to be, so I guess we can forgive the author.
Back to the story then. There are two storylines I was struggling to fit into the summary. The first one is about Ambassador Dannyl infiltrating a group of nobles who want to learn magic in secret, without joining the Guild. I tried but could not find a link between this and the main plot, other than ensuring Dannyl was at the Guild when the invasion took place.
The second one is about a mysterious woman, Savara, whom Ceryni falls in love with. We know Savara is Sachakan, but she says she’s not from the same faction as the Ichani. The mystery remains and if you want to find out who she is, you’ll have to read the next trilogy by Miss Canavan, The Traitor Spy. Same with Akkarin’s blood gems. He tells Sonea he made three rings. We know his servant wears one and Administrator Lorlen has another, but we never learn where the third one is. Now I don’t know about you, but I don’t like this. If you write a trilogy, make sure you tie up all the loose ends. I don’t like feeling forced to read the next trilogy or to look up the answers on the internet. If I like your books and the world you created, I will read those next books. No need for you to attract me with unsolved questions.

The Conclusion

In some regards, this final part of the trilogy is an improvement compared to the first and second part. The pace is higher, there is an actual threat for the entire Guild (not just for Sonea) and we finally see what the previous books were building up to. On the downside, the story is rather predictable. And purposely leaving loose ends to attract readers for your next trilogy, that’s just not very nice. All in all this trilogy was fun, brainless entertainment for young adults.

Quick note: I’ve read the follow-up trilogy but I won’t review it here because it’s less entertaining than this series. The pace is once again very slow and the characters are very two-dimensional.

zaterdag 27 september 2014

The Novice - Review

First of all, this book is the sequel to the first book I reviewed. If you plan on reading The Magician's Guild, I suggest you don't read this review yet. I won't hide spoilers for either book in the summary part and only hide spoilers for this one in the impressions.

The Facts

TitleThe Novice (The Black Magician Trilogy, part 2)
AuthorTrudi Canavan
GenreFantasy, young adult
PublisherOrbit Books
Publication date2002


The Summary

Sonea is now a novice in the Magician’s Guild but has a hard time because the other novices are all members of wealthy families and she grew up in the slums. One novice in particular, Regin, is a vicious bully. He accuses Sonea and her guardian Rothen to have an improper relationship, forcing her to move out of Rothen’s rooms and to the Novice’s Quarters, closer to her bullies. Sonea however is devoted to her studies and gets promoted to a higher class. These novices are friendlier until Regin also gets promoted and frames her for stealing. Sonea could ask for a magician to read her mind and prove her innocence, but this would mean they would find out about High Lord Akkarin practicing black magic. Rothen’s son Dorrien comes to visit his father and befriends Sonea. Together they set a trap to catch Regin trying to frame Sonea for theft again. This and him teaching her levitation and showing her secret places on the Guild grounds brings them closer together.
Meanwhile, Administrator Lorlen learns of murders happening in the slums, murders that show evidence of black magic. He suspects his friend Akkarin is involved, which makes him both worried about Akkarin and everyone else since a black magician is a threat to everyone around him.
At the start of the story, Dannyl is sent to Elyne as Second Ambassador and receives a secret assignment from Lorlen: to investigate ancient magic and retrace Akkarin’s journey in Elyne a few years before. He is assisted by Tayend, a young librarian who used to be Akkarin’s assistant. It is revealed later on that Tayend is a “lad” or homosexual. Dannyl is surprised by this but after a close encounter with death, realizes that he, too, has feelings for Tayend.
Back in the Guild, High Lord Akkarin grows suspicious of his friend Lorlen and his strange behaviour. He force-reads Lorlen’s mind and learns that Sonea, Rothen and Lorlen himself know that Akkarin is a black magician. He takes on Sonea’s guardianship, thus making her a hostage to prevent any of them taking action against him or telling anyone else about his secret. He also gives Lorlen a blood gem, a ring that enables Akkarin to hear and see everything that happens around Lorlen and to mind-speak with him without anyone else hearing.
Sonea is now known as the High Lord’s favorite, even though she is terrified of him and avoids him, and gets bullied more and more by Regin and his friends. She doesn’t defend herself however. Her private Warrior skills teacher, Yikmo, discovers this reluctance to use her powers to defend herself is caused by the fear that she might hurt someone. Akkarin is aware of the bullying but does not step in because he notices Sonea’s powers increase because of it. When Dorrien returns to the Guild, he encourages Sonea to challenge Regin to a formal duel in which she beats him through skill, gaining the respect of the other novices. The story ends when Sonea witnesses Akkarin kill a man from the rival nation Sachaka. The High Lord tells her this was a spy sent to kill him but Sonea doesn’t know whether to believe him, which sets up the story for the third book.

The Impressions

Unlike the first book in this trilogy, The Novice focusses on more than one storyline, in more than one location. I liked this because it allows for more world creation and character development. A nice example of this is Dannyl’s ambassador mission to the nation of Elyne. Not only is he facing the task of retracing the High Lord’s travels, he is also confronted with a different attitude towards homosexuality, and his own feelings. Lorlen has to deal with his inner turmoil too: his best friend turns out to be using black magic, which is forbidden in Kyralia and the Allied Lands, and might also be a serial killer. Add to this the blood gem Akkarin gives him later on which lets the High Lord hear Lorlen's thoughts.
Although the pacing in this book feels higher because of the different storylines, the overal progression is still quite slow. Sonea’s story is filled with her being bullied by Regin and her being afraid of High Lord Akkarin. So when Dorrien visits the Guild and they strike up a friendship, it is a welcome change to finally have something positive happen to Sonea. The romance part is a bit predictable but hey, we’re not reading world class literature here. Back to the bullying now. In my review of the first book I wrote “yes, we get it, Sonea doesn’t have control over her powers”. While reading this book, I kept thinking “yes we get it, Regin is a mean boy.”
Sonea is again rather passive. It is Dorrien who comes up with the plans to deal with Regin. And when Regin and his friends ambush her, Sonea tends to let them hurt her and even curls up on the ground while they hit her with magic strikes. This is not something we’d expect from the main character and heroine of the story. We do get an explanation later why she is reluctant to use her powers. Yet characters are repeatedly mentioned to “use all their power for this or that” indicating it is possible to control how much power you put into your magic strikes. So is Sonea a very determined pacifist or is this a plot hole?
The previous book set up High Lord Akkarin as the Super Bad Guy and this book tries to reinforce this image. He is mysterious and not very talkative, even with his best friend Lorlen. But to me Akkarin doesn’t give off the Super Dangerous vibe. I am not sure if this is on purpose or rather clunky writing. He feels more like a Misunderstood Guy With A Big Secret. Speaking of clunky writing, the amount of chuckling in these books is annoying.

The Conclusion

Like The Magician’s Guild, this book is a nice and easy one to read if you’re into fantasy and young adult novels. The addition of more storylines is very welcome because it creates a more three-dimensional world that does not revolve entirely around one young novice. As with the previous book, my biggest issue is again the slow pace and its repetitiveness, even though it did improve. By now I am curious about Akkarin's story, so on to the final part of the trilogy!

zondag 7 september 2014

The Magician's Guild - Review

The Facts


TitleThe Magician’s Guild (The Black Magician Trilogy, part 1)
AuthorTrudi Canavan
GenreFantasy, young adult
PublisherOrbit Books
Publication date2001


The Summary

Magicians in Kyralia are all members of wealthy families. Every winter they purge the capital’s streets of the slum dwellers (or “dwells”). The story starts when Sonea, a young dwell, joins her friends in throwing rocks at these magicians. A magical shield protects them, but Sonea wishes her rock would pierce the shield. Lo and behold, this happens and Lord Fergun is hit in the head. Both Sonea and the magicians are shocked at this first manifestation of her magical powers. Fearing retaliation, Sonea flees and goes into hiding with the help of her friend Cery and the Thieves, a (literally) underground criminal organisation.
Her powers grow stronger and Sonea doesn’t know how to control them which leads to her accidentally setting fire to her surroundings multiple times. Meanwhile, the magicians are indeed hunting her down. Some, like Lord Fergun, out of anger but others, like Lord Rothen and Lord Dannyl, out of concern that she might hurt herself and other people. One night, Sonea and Cery sneak into the Magician’s Guild, hoping to learn how to control her powers. Their quest is unsuccessful but Sonea witnesses a magician in black robes and covered in blood performing a ritual on a servant. Part one of this book ends when Rothen locates Sonea and convinces her to come to the Guild to learn Control over her powers.
In part two Sonea not only learns how to control her powers but also slowly learns to trust Rothen. She doesn’t really care about staying in the Guild once she’s achieved Control but instead wants to go home to her family. Her newly formed trust is challenged when Fergun sets up a scheme to force Sonea to betray the Guild. His plans are discovered and at the trial Sonea allows Lorlen, the Guild’s Administrator (more or less the second-in-command), to read her mind and witness what Fergun told her. During this truthread however, Lorlen sees the image of the black-robed magician and it is revealed this is in fact Akkarin, the High Lord and Lorlen’s best friend, practicing forbidden black magic. Determined to help the Guild fight this new enemy, Sonea decides to stay with them, under Rothen’s guardianship.

The Impressions

While reading this book, it is important to keep in mind that it is the first part of a trilogy. The villain in this part is rather weak and unimpressive. His scheme to trick Sonea is not menacing and it is hard to understand why she feels afraid. Then again, Sonea seemed a bit passive from time to time. This might be explained by her situation. First she is terrified of her powers and the Guild chasing her, then she is confined to Rothen’s quarters in the Guild while he teaches her how to control those powers. She thinks about escaping or simply leaving the Guild once she’s learned Control, but never really undertakes any action.
I also felt the first part just dragged on and on. Yes, we get it: Sonea doesn’t have control over her powers, she’s a danger to herself and her surroundings and the Guild wants to find her. Do we really need 150 pages of that? That’s half of this book. Time and pages that could’ve been spent on more character development. Or just shorten all three books and make it one big one. Then again, fantasy writers, publishers and readers love their trilogies. I did like the different points of view we get. Among them there’s Sonea’s, Dannyl’s and Rothen’s. This is interesting because we get an insight into the minds of these people, their inner turmoils and motivations. The downside of it is that we immediately know that Rothen and Dannyl are The Good Guys and genuinely want to help Sonea.
Those 150 pages of her being on the run didn’t give me the thrill they’re supposed to provide. You know she’s going to get caught because we need a story and you know at least some magicians are nice guys and gals. I kept wishing they’d catch her on the next page so we could move on with the story.
The writing style and language don’t drag the story down in my opinion. The only thing that bothered me was the amount of chuckling going on. I know some readers had a problem with the author coming up with new names for existing animals (ceryni for rat, for example) but this didn’t bother me. Ms. Canavan’s explanation is that those animals aren’t exactly the same as the ones we know, but fill a similar role in their ecosystem. The one exception to this seems to be horses, which are simply called horses. In general I like the world creation, especially the Thieves and the way magic and mindreading works. 
This story is set entirely within the city of Imardin, the capital of Kyralia, so the physical/geographical side of world creation is rather limited. The second and third book do expand the world way beyond the city walls. So just like the story is an introduction to the bigger story about the black magician, it’s also only a first glimpse into this world.

The Conclusion

All in all this is a good start for a young adult fantasy trilogy. Just don’t expect it to be JRR Tolkien or even JK Rowling. It is a fun and easy read with a fairly simple plot. The first part could have been shorter which would create space for a stronger plot with a more menacing villain. This book sets up the conflict for the second and third parts of the trilogy which are more interesting.

maandag 5 mei 2014

Verkiezingsdrukwerk

"Sintruin, ich zien òech gèèn! De geheimen van twee madammen"

Als een folder met deze titel (voor wie geen dialect begrijpt, de eerste zin betekent "Sint-Truiden, ik zie u graag!") in de bus valt, wat is dan het eerste waar je aan denkt?

Mijn eerste idee was reclame voor een of ander toneelstuk. Zo'n deurenkomedie met een hoop dubbelzinnige toespelingen en een hilarisch misverstand. Oh wat zat ik er ver naast!

Of misschien toch niet...

Het bleek om verkiezingsdrukwerk te gaan, uitgegeven door onze burgemeester CD&V-signatuur, Veerle Heeren. Bij deze heb ik dus ook de verantwoordelijke uitgever vermeld, dan zijn we weer lekker in orde daarmee. Ik geef het toe, ik kijk altijd enorm uit naar verkiezingsdrukwerk. Vooral bij de gemeenteraadsverkiezingen levert dat boeiende lectuur op. Zo ook bij deze folder. Laten we samen eens kijken naar de inhoud.

Pagina 1: De titel en een foto van twee vrouwen in een zomers jurkje die knielen op een bankje. Hun hoofden zijn verstopt achter een hartvormig logo zodat het nog even spannend blijft om wie of wat het hier gaat! Slimme zet om zoveel mogelijk mensen aan te sporen het boekje open te slaan en niet onmiddellijk verticaal te klasseren.

Pagina 2: De inhoudsopgave, enkele citaten van familie en vrienden over de twee vrouwen in kwestie. Hier wordt het duidelijk dat het om politica's gaat: de ene onze burgemeester, de andere een - voorlopig nog - nobele onbekende. In een uiterst korte column/voorwoord leren we dat mevrouw Heeren hard werkt in de politiek, maar vooral ook dat ze 's ochtends een broodje haalt bij de bakker en 's avonds op café nog een kop koffie gaat drinken. En ze belooft ons dat ze verderop enkele geheimpjes gaat verklappen! Sappige roddels over Servais Verherstraeten misschien? Spannend!

Pagina 3: Een grote foto van beide dames waarbij de ene een geheim in het oor van de andere fluistert. Tijd om door te bladeren naar de eigenlijke programmapunten op pagina 4.

Oh...

Pagina 4 en 5 blijken een gesprek te zijn waarin ze elkaar loven. We leren, zoals beloofd, een paar dingen bij over mevrouw Heeren (ik schrijf vanaf nu Veerle, da's korter). Zo vindt ze het fijn dat vrouwen op vrouwen stemmen. Ze wil zich inzetten voor de sociale zekerheid. Lovenswaardig, maar er worden jammer genoeg geen concrete voorstellen gedaan. Helemaal op het einde van dit gesprek doet de andere kandidate wel een voorstel: een fuiftaxidienst in het weekend die jongeren aan 5 euro per rit veilig thuis brengt.

Zoals Veerle besluit: "Ze hééft het!"

Op naar pagina's 6 en 7 dan maar. Veerle had ons geheimpjes beloofd op pagina 2 en inderdaad, maar liefst 14 (ja, veertien!) geheimen van de madammen. We leren dat Veerle een jas gekocht heeft in de solden met 70% korting! Dat Leen op zondag geen calorieën telt en frietjes eet! Dat Anne-Marie verantwoordelijk is voor de mèches in Veerles haar! En dat Rob en Giel hun favoriete spelers van STVV zijn!

Pagina 8 bestaat uit de kieslijsten voor het federale en Vlaamse niveau, een recept voor aardbeienparfait en een tekstje in het plaatselijke dialect. Dat laatste is volgens mij met opzet gedaan zodat de boodschap "stem op ons want wij zijn vrouwen" niet begrepen kon worden door het nationale bestuur. Zelfs bij de NSA zitten ze zich waarschijnlijk nog steeds in de haren te krabben over die paar zinnetjes.

En ja, in dat tekstje staat letterlijk "dankzij dit boekje weet ik dat Leen een capabele vrouw is" en ook "Ga ik dan niet op de mannen stemmen? Zie mijn hoofd eens schudden."

Waar staat de CD&V voor? Voor welke programmapunten gaan beide dames zich inzetten als ze verkozen raken? Ik heb er geen flauw benul van! Nou ja, toch niet als ik enkel van deze folder zou uitgaan. Hoor ik nu op Veerle te stemmen omdat ze een vrouw is? Dat lijkt ze zelf blijkbaar een goede reden te vinden. Politici bewijzen in mijn ogen ook niet dat ze capabel zijn door een fuiftaxi voor te stellen en een jas te scoren aan 70% korting... En de economische crisis lossen we niet op door aardbeienparfait te maken.

Nog 20 dagen tot de verkiezingen en mijn stem zweeft nog ergens in het onbestemde. Als politici mij willen overtuigen, mogen ze mij gerust een folder opsturen. Graag zelfs. Maar dan liefst wel eentje met relevante inhoud.

donderdag 6 maart 2014

Helpdesk The Sequel - Iets met kastjes en muren

8u

“Helpdesk, u spreekt met Adelberta, hoe kan ik u helpen?”
“Ja, goeiemorgen.  Ik heb net gemerkt dat het internet hier niet werkt.”
“Oké, ik zal even enkele testen doen op uw lijn, even geduld alstublieft.”


“Ja mevrouw, heeft u een computer in de buurt om een configuratie uit te voeren?”
“Oei, euhm… Niet meteen, maar ik doe dat ook niet graag zelf. Mijn dochter is er straks wel, die kan wel helpen. Maar ik kan nog niet zeggen wanneer dat zal zijn. Zal ik dan anders terugbellen?”
“Ja, da’s goed. Belt u dan straks maar terug. Nog een prettige dag verder.”


10u30

“Voor algemene vragen over uw contract, druk 1. Voor technische problemen, druk 2.”

2

“Eerder vandaag werd er op uw lijn een storing gemeld. Dit probleem werd als opgelost beschouwd. Voor deze storing, druk 1. Voor andere problemen, druk 2.”
Say what, die storing was helemaal niet opgelost!

1

TIRITOMBAAAAAA

“Helpdesk, u spreekt met Reginald, hoe kan ik u helpen?”
“Goeiemorgen, ik heb al sinds 8u vanmorgen geen internet. Heb daarnet al met uw collega gebeld, die zei dat de modem opnieuw moest opstarten en dat het dan zou opgelost zijn, maar da’s niet het geval.”
“Oké mevrouw, ik zal even enkele testen doen op uw lijn doen.”
“Zijn wij de enigen in de buurt met dit probleem? Want we hebben dit vorige maand nog voorgehad en toen bleek uiteindelijk dat het een algemene storing was.”
“Nee, ik zie hier geen algemene problemen.”


“Ja mevrouw, ik ben een configuratie aan het uitvoeren, nog even geduld.”


“Oké mevrouw, nu mag u nog even de stroom van de modem uittrekken en dan terug insteken. Het zou nu opgelost moeten zijn, ik zal het systeem over 10 minuten laten terugbellen. Nog een prettige dag verder.”
“Bedankt, dag.”

11u

“Dit is een automatisch systeem. Is uw probleem intussen opgelost? Ja, druk 1. Neen, druk 2.

2

“Wenst u opnieuw met een medewerker in gesprek te komen? Ja, druk 1. Neen, druk 2.

1

“Het systeem zal nu enkele testen uitvoeren op uw lijn en u doorverbinden met een medewerker, even geduld alstublieft.”

TIRITOMBAAAA

TIRITOMBAAAA

Tuut…Tuut…Tuut

TIRITOMBAAAA

“Hallo, helpdesk, u spreekt met Brunhilde, hoe kan ik u helpen?”
“Goeiemorgen. Ik heb al sinds 8u vanmorgen geen internet. Heb al met 2 collega’s van u gebeld en op hun vraag de stroom van de modem uitgetrokken en de modem gereset. Maar het werkt nog steeds niet.”
“Ik zal even enkele testen doen, even geduld alstublieft.”

Waar zijn de resultaten van de testen door het systeem? Moet zij dat nu allemaal opnieuw doen?

“Mevrouw? Ja, het probleem ligt aan het feit dat u de modem gereset hebt.”
“Maar om 8u lag het internet al uit en ik heb pas om 10u30 die modem gereset.”
“Ja, maar dat was een ander probleem. Dat zou opgelost moeten zijn. Dit probleem komt door die reset. Heeft u een computer in de buurt? U mag dan uw Internet Explorer opstarten en in de adresbalk, waar google.com staat, mag u 192.168.1.1 ingeven.”

Hah, wat als ik een oud vrouwtje ben dat op aanraden van haar kleinkinderen Chrome gebruikt en een andere startpagina heeft? Soit.

“Nu moet u uw serienummer van de modem ingeven, en dan bij de instellingen uw log-in ingeven. Dat staat op uw factuur.”

Ja, dat weten we sinds de vorige keer…

“Oké, da’s gelukt.”
“Goed, dan mag u me nu uw klantennummer geven en de datum van dat factuur.”
“Da’s 12345678 en het factuur is van 7 februari 2014.”
“Oké, dan mag u nu in het vakje voor het paswoord de volgende letters en cijfers ingeven: n00bd3sk. Nu zou het moeten werken.”
“Nee, nog steeds niets.”
“Ah,  ik zie hier net dat er inderdaad een algemene storing is in uw buurt. Die is gemeld om 9u30 en ze zijn ermee bezig.  Ze zijn nu aan het configureren dus het zou snel moeten opgelost zijn.”

Waarom kon die Reginald om 10u30 dat dan niet zien? En ik dacht dat het probleem lag aan onze router…

“Ah, dus het probleem ligt niet bij ons?”
“Nee inderdaad mevrouw, maar ik zie wel dat er op uw lijn regelmatig onderbrekingen zijn en dat zou niet mogen. Ik zal een technieker langs sturen om daar eens naar te kijken.”
“Ah oké, bedankt. Maar ligt het probleem dan bij ons in huis of buiten?”
“Ja, het probleem zit waarschijnlijk op een lijn die van buiten naar binnen loopt."

Maar is het dan buiten of binnen?

"En ik zie dat u een contract heeft dat problemen binnen de 12 uur moeten opgelost zijn. Dus als hij vandaag niet langskomt, dan toch zeker morgenvroeg vanaf 8u.”
“Hm, kan u zeggen of dat vandaag nog gaat zijn of niet? Want ik moet hier ook nog allerlei dingen doen en regelen. Dus ik zou graag een idee hebben wanneer ik die technieker kan verwachten.”
“Nee mevrouw, da’s een andere dienst, die plannen dat zelf in, daar kunnen wij niet aan. Nog een prettige dag verder, dag”

Als het morgen om 8u nog niet opgelost is, zitten we 24 uur zonder internet, geen 12. Kloklezen, geen vereiste maar wel een troef!*

*Theofiel (zie later) legt ons later uit hoe dat precies in elkaar steekt.

14u

Even langs hun winkel gelopen, om te vragen of ze daar iets meer wisten.
“Ah ja, mevrouw, er is inderdaad een softwareprobleem. Maar het zou nu ongeveer opgelost moeten zijn.”

14u30

Hallelujah, internet werkt weer!

16u30

Dju, internet ligt weer uit.

16u45

Hallelujah, internet werkt weer! Ik zal ineens mijn factuur van m'n internet-provider betalen, tijd voor pc-banking! Zo, nu op log-in klikken en...

Dju, internet ligt weer uit. Laten we de helpdesk bellen!

“Voor algemene vragen over uw contract, druk 1. Voor technische problemen, druk 2.”

2

“Eerder vandaag werd er op uw lijn een storing gemeld. Dit probleem werd als opgelost beschouwd. Voor deze storing, druk 1. Voor andere problemen, druk 2.”

1

“Het systeem zal nu enkele testen uitvoeren op uw lijn en u doorverbinden met een medewerker, even geduld alstublieft.”

TIRITOMBAAAA

TIRITOMBAAAA

Oooh, internet werkt weer!

“Hallo helpdesk, u spreekt met Theofiel.”
“Ja goeiemiddag, ik zit al sinds 8u vanmorgen zonder internet. Heb al 3 van uw collega’s aan de lijn gehad. Eerst zeiden ze dat het probleem bij ons lag, dan was het toch een algemene storing. Om 14u30 hadden we terug internet maar sindsdien heeft het alweer 2 keer uitgelegen en nu net terwijl ik aan het bellen was, werkte het terug.”
“Ah, ik zal eens even kijken he… Ja, ik zie dat er inderdaad een algemene storing is geweest bij u, maar dat zou opgelost moeten zijn sinds 14u30.”
“Ja, toen heeft het gewerkt, maar sindsdien heeft het alweer 2 keer uitgelegen.”

Laat ik de pagina even refreshen… Ahja, lap, het ligt weer uit.

“Theofiel, het ligt weer uit.”
“Hm, ja, dat probleem zal toch bij u liggen, aan de modem of zo. Want u bent de enige die belt met problemen.”
“En kan u niet zien of er in de buurt nog storingen zijn?”
“Neen, u bent de enige die belt. We kijken pas naar algemene storingen zodra er 3 mensen bellen. En de afgelopen 3 uur bent u de enige in die regio die gebeld heeft.”
 “Maar u en uw medewerkers doen constant testen op onze lijn, kan u dat niet doen bij andere klanten in de buurt om te zien of daar alles werkt?”
“Nee mevrouw, dat gaat niet.”
“Dus u heeft geen intern systeem dat storingen monitort en meldt? U bent volledig afhankelijk van mensen die bellen om storingen te melden?”
“Ja dat klopt.”

Really? Da’s dan een groot bedrijf dat internet voor half België aanbiedt, met een paar miljoen klanten, maar ze hebben geen eigen systeem om storingen te detecteren? Ze moeten wachten tot er genoeg mensen bellen? Are these the bloody Middle Ages?!

“Dus ik ben ook afhankelijk van die andere mensen die bellen?”
“Maar mevrouw, wij hebben geen melding van een algemene storing. Dus het probleem ligt waarschijnlijk gewoon bij u. Misschien is de modem kapot.”
“Maar we zijn vorige maand pas een nieuwe gaan halen. En toen bleek dat het probleem ook niet bij ons lag.
“Nieuwe toestellen kunnen ook kapot gaan mevrouw.”

Ja, zeker toestellen van uw bedrijf precies.

“Toen konden ze ons pas na 4 uur zeggen dat er een algemene storing was. En nu heeft het ook 3 uur geduurd.”
“Maar die storing is intussen opgelost, sinds 14u30. Men heeft toen getest of alle klanten in de buurt gegevens konden ontvangen en konden terugsturen naar onze centrale en dat was het geval. Dus die storing is opgelost.”
“Of het is nog steeds een algemene storing maar er heeft sinds 14u30 niemand anders meer gebeld.”
“Ja, pas vanaf 3 bellers kijken we of het een algemeen probleem kan zijn.”
“En u zegt dat er om 14u30 wel een test gedaan is bij verschillende klanten, kan dat dan nu ook niet?”
“Nee mevrouw, dat gaat niet.”
“Ah… En nu? Want ik moet betalingen doen, en ik ben hier ook al de hele dag mee bezig geweest eigenlijk.” 
“Ik zie dat er een afspraak met een technieker geboekt staat.”
“En wanneer zou die langskomen?”
“Ofwel vandaag, als hij een late shift heeft. En anders morgen in de voormiddag.”
“Maar daarstraks heeft uw collega gezegd dat dat binnen de 12 uur zou moeten?”
“Ja, maar da zijn werkuren. Dus van 8u ’s morgens tot nu ergens, dat zijn dan 8 uur. Dus als hij vandaag niet komt, zal het morgen in de voormiddag zijn, dat valt nog binnen de 12 werkuren.”

Je zal maar met 2 gaan werken en ’s avonds om 19u merken dat internet plat ligt. Dan kan de technieker ofwel de volgende dag tussen 8u en 17u langskomen, ofwel overmorgen in de voormiddag. Dus dan moet iemand van de twee verlof nemen zodat de technieker niet voor een gesloten deur staat…

“En wat kan ik in de tussentijd doen?”
“Niet veel mevrouw. Ik kan ook niks doen van hieruit. Ik kan wel eens proberen te bellen naar de technieker om na te vragen of hij vanavond een late shift heeft en toch misschien vandaag nog kan langskomen… Mevrouw? De technieker neemt niet meer op, die zal al gedaan hebben voor vandaag. Dus het zal voor morgen zijn.”

Tiens, Theofiel kan rechtstreeks een technieker contacteren, maar Brunhilde kon dat niet. Ik probéér het zelfs niet meer te begrijpen.

“Allez dan maar.”
“Ja, nog een prettige dag verder.”

20u30

Hallelujah, internet werkt weer!

Volgende dag, 10u

“Goeiemorgen mevrouw, u spreekt met Prosper, technieker bij internet-provider-van-m'n-kloten. Ik zou vandaag moeten langskomen bij u voor problemen met uw internetverbinding. Ik kan er over een half uur zijn als dat past voor u.”
“Wel meneer, ons internet werkt terug sinds gisteravond 20u30. Is het dan nog nodig dat u langskomt?”
“Ah ja, mevrouw, ik heb gisteravond de verdeelkast bij u in de buurt opengemaakt en daar bleek inderdaad een los contact te zitten. Dus ik heb dat terug vastgezet.”
“Dus het was een los contact? Eerder op de dag zeiden ze mij dat er een softwareprobleem was. Is dat dan toevallig allebei op dezelfde dag? En dan zijn de storingen die volgens de helpdesk zo vaak voorkomen op onze lijn misschien ook opgelost nu dat contact terug vast zit?”
“Dat kan ik niet met zekerheid zeggen mevrouw.”
“Dat snap ik. Maar u hoeft vandaag niet langs te komen. We zullen zien of het hier nu opgelost is. En anders bel ik wel terug. Nog een prettige dag verder.”

KLIK


donderdag 20 februari 2014

Feiten of inzicht - Over de Eerste Wereldoorlog

Gisteren op Volt, vandaag in het nieuws: 10% van de 18-jarigen weet niet wanneer de Eerste Wereldoorlog begon en eindigde. In een jaar dat bol staat van de herdenkingen rond het begin van deze oorlog, is dat straf. Sowieso leren de laatstejaarsstudenten in het middelbaar over beide Wereldoorlogen en vele scholen bezoeken dan ook Ieper en omgeving. Maar dit jaar word je langs alle kanten nog eens extra herinnerd aan het feit dat de oorlog uitbrak in 1914 en dan nog weet 1 op de 10 dit niet. En maar liefst 7 op de 10 kunnen niet de juiste bondgenoten aanduiden. 2% denkt dat het Duitse Keizerrijk (in de enquête foutief Duitsland genoemd overigens) aan onze kant stond en maar liefst 15% meent dat Oostenrijk-Hongarije onze vrienden waren. Nog wat cijfers: 22% denkt dat koning Albert naar Londen vluchtte, (dezelfde?) 22% weet niet dat de klaproos symbool staat voor de oorlog. En de rol van de IJzer en haar sluiswachter is voor de helft van de jongeren een groot mysterie.

Is dit erg? De professor krijgsgeschiedenis en de geschiedenisleerkracht in de studio vinden van niet. De professor wijst erop dat een gelijkaardige test over andere vakken zoals biologie of fysica, dezelfde resultaten zou opleveren. Hij is niet verwonderd en vindt de resultaten niet dramatisch. Want, zo zegt hij, er werd hier gevraagd naar feiten en niet naar inzicht. Dit laatste wordt bevestigd door de leerkracht. We moeten niet panikeren als ze feitjes die ze net geleerd hebben, niet meer weten. Het gaat immers om een minderheid en het is belangrijker dat de leerlingen inzicht verwerven in de materie. Bovendien zouden de resultaten bij volwassenen misschien nog slechter zijn. De professor merkt even later op dat de interesse voor de geschiedenis dan weer toeneemt met de leeftijd, dus hierover zijn beide het niet eens. Er is volgens meneer de professor ook te weinig aandacht voor het fenomeen oorlog en te veel voor randfenomenen. Maar, zegt de leerkracht, conflicten spreken meer aan dan politieke structuren.

Goed. Laten we daar nu eens naar kijken en enkele bedenkingen oplijsten.

Ten eerste. In mijn ervaring zijn feitjes zoals "de klaproos" of "de IJzer" of "11 november" dingen die gemakkelijk te onthouden zijn door leerlingen en die bovendien gemakkelijke punten opleveren op een examen. Mijn medeleerlingen en -studenten waren meestal veel beter in het onthouden van dergelijke harde feiten dan in het formuleren van een tekst die inzicht in de materie tentoonspreidde. Er waren er die zonder al te veel problemen hun cursus van A tot Z konden aframmelen, maar als je hen vroeg om E in verband te brengen met K en te verklaren waarom dit leidde tot V... tja, dan waren ze gebuisd. En sommigen klaagden dat er bij sommige vakken te veel geredeneerd moest worden, "geef mij maar blokvakken".

Waarom kunnen de ondervraagde leerlingen dan deze simpele feiten niet onthouden? Omdat het tegenwoordig niet meer moet, volgens veel mensen. "Als je harde feiten wil weten, kan je het altijd snel opzoeken op internet. Het is veel belangrijker om inzicht te verwerven in de materie." De huidige studenten burgerlijk ingenieur bijvoorbeeld moesten in het tweede middelbaar de formules voor omtrek en oppervlakte van een cirkel niet kennen, ze kregen die in de opgave indien nodig. Misschien dat ze dit in latere jaren wel moesten kennen, dat kan ik niet met zekerheid zeggen. Maar zou u een gebouw, brug of auto laten ontwerpen door iemand die dergelijke dingen eerst moet googelen?


Dat brengt mij bij het tweede punt. Hoe kan je verwachten dat leerlingen, en mensen in het algemeen for that matter, inzicht hebben in een gebeurtenis als ze de bijhorende feiten niet kennen? Als leerlingen denken dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak in 1830 of 1968, kunnen ze toch de tijdsgeest niet begrijpen? Een groot conflict als dit had een jarenlange aanloop, als een emmer die langzaam gevuld wordt tot plots die ene druppel er te veel aan is. Deze hele opbouw kan je niet begrijpen als je denkt dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak voordat België erkend werd als land, of in volle Koude Oorlog. En al helemaal niet als je denkt dat Oostenrijk-Hongarije en het Duitse Keizerrijk onze bondgenoten waren... Kennis van en inzicht in de Eerste Wereldoorlog is bovendien ook nodig om ook maar iets te snappen van decennia die daarop volgden.

De opmerking van de leerkracht in de studio dat conflicten meer aanspreken dan politieke structuren, daar kan ik hem geen ongelijk in geven. Maar beiden zijn wel onlosmakelijk verbonden met elkaar. Hoe verklaar je anders dat een schietpartij in de Balkan uitmondde in een wereldwijd conflict met miljoenen en miljoenen slachtoffers?


Om te nuanceren wil ik als derde punt aanhalen dat niet al deze vragen even relevant zijn. De datums, de bondgenoten, dat zijn inderdaad belangrijke feiten om het conflict te kunnen kaderen in de geschiedenis. Weten dat de klaproos het symbool bij uitstek is, is in mijn ogen net iets minder belangrijk om de gebeurtenissen te kunnen begrijpen.


En ja, meneer de professor, bij een test over biologie of fysica zouden de resultaten waarschijnlijk gelijkaardig zijn. Maar moeten we dat daarom zomaar aanvaarden? Moeten we ons dan niet de vraag stellen wat er moet veranderen in het onderwijs in plaats van de schouders op te halen?

We mogen ook niet uit het oog verliezen dat de meerderheid van de leerlingen wél juist kon antwoorden op deze vragen. Maar hierbij moet dan weer de kanttekening gemaakt worden dat we niet op onze lauweren mogen rusten. We moeten zorgen dat deze en toekomstige generaties de feiten blijven kennen en inzicht verwerven. Feiten EN inzicht, niet enkel het ene OF het andere. Want, zoals de leerkracht in de studio zei, als de maatschappij haar geschiedenis verliest, is ze zichzelf niet meer.


En tot slot, voor de mensen die niet meer precies weten wat de directe aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog was, is er dit fragment uit Horrible Histories:

donderdag 23 januari 2014

Helpdesk

12u30

“Goedemiddag, helpdesk, u spreekt met Theodoor.”
“Ja goedemiddag, ik bel u omdat het internet hier thuis niet werkt. We hebben de router eens herstart door de stroomkabel uit te trekken maar dat heeft het probleem niet opgelost. Eén van de lampjes die zouden moeten branden, brandt niet.”
“Oké, ik zal even enkele testen uitvoeren om vast te stellen wat het probleem is.”



“Hallo mevrouw? Ja, er scheelt inderdaad iets met de verbinding. U mag even de router resetten door achteraan het toestel de reset-knop 30 seconden ingedrukt te houden. Is dat gelukt? Ja? Prima, dan laat ik het systeem over een half uurtje terugbellen om te kijken of uw probleem is opgelost. Nog een prettige dag verder!”
“Danku, en voor u ook.”


13u15

TRIIIING

“Heeft de oplossing die u werd voorgesteld door onze medewerker uw probleem opgelost? Ja, druk 1. Neen, druk 2.”

2.

“Wenst u opnieuw met een medewerker te spreken? Ja, druk 1. Neen, druk 2.”

1.

“Wij verbinden u dadelijk door met een medewerker. In de tussentijd voeren we enkele testen uit op uw systeem.”

Tiritombaaaaa tiritombaaaaa

“Goedemiddag, helpdesk, u spreekt met Roland.”
“Ja goedemiddag, ik bel u omdat het internet thuis niet werkt. We hebben de stroomkabel van de router uitgetrokken, de router ook al gereset maar het is nog niet opgelost. Eén van de lampjes brandt nog steeds niet.”
“Oké, ik ga even alle gegevens verzamelen. Da’s op naam van Mr Awesome? En e-mailadres is mr.awesome@kickass.be?”
“Ja, dat klopt.”
“Oké, ik ga even nog een test doen, gelieve even te wachten.”
“Zijn wij eigenlijk de enige met een probleem of is dit een algemene storing?”
“Nee mevrouw, het is enkel bij u. Ik zie hier dat de gegevens inderdaad niet goed worden doorgestuurd. En uw modem heeft de voorbije maanden regelmatig storingen ondervonden. Dus het is best dat u naar onze plaatselijke winkel gaat en uw modem inruilt voor een nieuw toestel. Ik zal u nog even uw storingsnummer geven, dat is 797204. Wanneer zal ik het systeem laten terugbellen om te vragen of uw probleem is opgelost?”
“Euhm, over een uurtje, tegen 15u?”
“Perfect, dat zal ik doen. Nog een prettige dag verder, mevrouw.”
“Ja voor u ook, dankuwel.”

Op naar de winkel dus. De wachttijd was langer dan de reclame-lus op hun televisieschermen, maar toen het eindelijk aan ons was, was het op 5 minuten geregeld. Nieuwe router, maar ze konden hun gegevens niet updaten want “het systeem werkte niet mee”.


15u10, net thuis, router aan het uitpakken.

TRIIING

“Heeft de oplossing die u werd voorgesteld door onze medewerker uw probleem opgelost? Ja, druk 1. Neen, druk 2.”

2.

“Wenst u opnieuw met een medewerker te spreken? Ja, druk 1. Neen, druk 2.”

1.

“Wij verbinden u dadelijk door met een medewerker. In de tussentijd voeren we enkele testen uit op uw systeem.”

Tiritombaaaaa tiritombaaa

“Goedemiddag, helpdesk, u spreekt met Engelbert.”
“Ja goedemiddag. We hebben al sinds 12u geen internet meer, hebben al 2 keer naar de helpdesk gebeld, router herstart et cetera, nu net een nieuwe gaan halen en die is nog aan het opstarten maar uw systeem belde net.”
“Oké, dan zullen we even wachten tot die is opgestart, ik ga ondertussen nog enkele testen doen.”



“Dat lampje brandt nog steeds niet meneer, net zoals bij de oude router die we dus net vervangen hebben.”
“Ja, dat gaan we nu proberen op te lossen he. ik zie hier ook dat de gegevens niet doorkomen. Mag ik uw login en paswoord even alstublieft?”
“Euhm, waar vind ik dat?”
“Op uw contract dat indertijd is afgesloten.”
Op zoek naar het contract dus! Wanneer we dat niet meteen vinden, zegt Tom plots:
“Op uw facturen staat dat ook. Ik zal u dan een nieuw wachtwoord geven.”

Daar komt ge nu mee af!

“Ja mevrouw, kunt u even een computer rechtstreeks aansluiten op de router? Start dan uw webbrowser, maak de adresbalk leeg, typ 192.168.1.1 en druk op enter. Dan moet u het serienummer van de router ingeven, dat vindt u onderaan het toestel, en op enter drukken.”

Met de router ondersteboven in één hand typen we het serienummer in en drukken op enter.

“Meneer, onze sessie is verlopen, zegt dat spel hier.”
“Ja, dan moet u uw serienummer opnieuw invoeren.”

Zucht… Een sessie van nog geen 2 minuten? Soit…

“Oké, het is gelukt meneer.”
“Goed, dan ziet u daar uw login staan en daaronder uw paswoord. Maak dat vakje leeg en typ het nieuwe paswoord in, dat is WoRsTpAsSeVaH.”
“Oké, done.”
“… Ah ja, ik zie hier inderdaad dat er een probleem is.”
“Wat scheelt er dan?”
“Het is blijkbaar een algemene storing in uw buurt.”

QDSFQDGQGSHQR

“Maar meneer, daarstraks zeiden ze dat dat niet het geval was…”
“Maar toen was dat ook nog niet.”
“Ah… En wat nu?”
“U zal gewoon moeten wachten nu tot de storing verholpen is.”
“En hoelang zou dat dan duren?”
“Oh, een uurtje of twee.”

Hah, dan is het 17u, aka niemand-meer-te-bereiken-o’clock.

“Ah ja.. oké dan maar zeker?”
“Nog een prettige dag verder mevrouw.”

KLIK

Conclusies:
1) Niemand vraagt ons of de kabels goed insteken. Goed, we hadden dat gecontroleerd, maar is dat niet stap 1 of 2 in troubleshooting?
2) Ze kunnen onze klantennummer en e-mailadres opvragen, maar niet onze loginnaam?
3) Roland had die login helemaal niet nodig voor zijn testen, Engelbert wel. Hebben die mannen dan geen vaste procedure voor zo’n testen?
4) Om 13u30 was er nog geen sprake van een algemene storing en hadden enkel wij problemen, om 15u30 was er weldegelijk een algemene storing. Waren wij dan patient zero…?
5) Roland was veel vriendelijker dan Engelbert.
6) I need vodka after this.

*Namen, codes en e-mailadressen zijn veranderd, de mensen die we te spreken kregen, hadden niet echt zo'n coole namen.

woensdag 9 oktober 2013

Ermagherd! Oorbellen en handtassen!

Ik las daarnet dit artikel op een nieuwssite en mijn vingers begonnen te jeuken terwijl mijn tenen zich krulden. Het gaat mij niet enkel om dit ene evenement. In Sint-Truiden wordt er ook elk jaar een Ladies City Day georganiseerd waarbij men de vrouwelijke helft van de bevolking lokt met cava ("bubbelssssssss!"), goodie bags (Oh! My! God! Ne sleutelhanger!) en BV's.

Waarom worden alle vrouwen over dezelfde kam gescheerd? Er wordt blijkbaar verwacht dat wij enkel de belofte van make-up en oorbellen nodig hebben om onze hoge hakken aan te trekken en naar zo'n evenement te trekken. Het is natuurlijk ieders goed recht om dat te doen en ongetwijfeld zullen de organisatoren 's avonds wel weten wat ze eraan verdiend hebben. Maar ik vraag me dan af of dit echt is hoe marketing-jongens naar vrouwen kijken: een kudde die hersenloos (en ik citeer uit het bovenstaande artikel) "zich komt vergapen aan" handtassen en oorbellen. Net als koeien naar een trein staren.
Voor mij persoonlijk voelt dat aan als een blijk van minachting, alsof wij niet voor onszelf kunnen denken. Alsof we niet bepaald intelligent zijn. En alsof we allemaal identiek (zouden moeten) zijn.

Maar guess what? We zijn niet identiek. Acties op Facebook om oorbelletjes of make-up te winnen, kunnen mij gestolen worden. Bloemetjesmotieven zijn niks voor mij. En ik heb nog nooit in m'n leven een aflevering van Gossip Girl of The Vampire Diaries gezien. Ben ik nu abnormaal? Of minderwaardig? Is het zo vreemd dat ik liever naar wielrennen of Formule 1 kijk? Of liever zit te gamen met vrienden dan op een terrasje bubbelsssssss ga drinken? Blijkbaar wel. Al in onze kindertijd krijgen we te horen en te lezen dat meisjes met poppen spelen, roze leuk vinden en graag jurkjes aandoen. Als jij dat niet doet, ben je vreemd. Je wordt nagekeken, uitgelachen, je hoort er op school niet bij. Ah nee, want jij wil knikkeren met de jongens maar de jongens willen dat niet want jij bent een meisje en jongens van 10 vinden meisjes maar stom.

BFF's, dat heb ik nooit gehad. Ik trok liever met jongens op. En dan krijg ik op een dag te horen "dat er iets scheelt met mij, dat er iets verkeerd zit in mijn hoofd, want ik heb geen vriendinnen." Ik wou dat ik dit verzonnen had, maar jammer genoeg niet. Zo kijkt de maatschappij blijkbaar naar meisjes die zich niet conformeren en die het verschil niet kennen tussen Jimmy Choo en Louboutin (welk was nu ook alweer het merk met de rode zolen?). En dan heb je twee opties: proberen stand te houden en jezelf te blijven ondanks de kritiek, ofwel je aanpassen. Aanpassen is misschien het gemakkelijkste (ah ja, je koopt wat oorbelletjes en make-up, heel gemakkelijk via Facebook!), maar word je daar op langere termijn gelukkig van? Ik betwijfel het. Waarmee ik eigenlijk bedoel dat ik er zeker van ben dat dat niet het geval is. Je geeft dan een stukje van jezelf op. En vroeg of laat komt dat stukje terug rondspoken in je hoofd.

En als je wel voet bij stuk houdt en je eigen weg zoekt, dan zal je merken dat je als vrouwelijke wielerliefhebber met vooroordelen geconfronteerd wordt ("gij kijkt alleen naar de koers voor de schoon benen!"). Maar ook dat er nog andere meisjes/vrouwen zijn waarmee je wél dingen gemeen hebt en dat er dan misschien toch niks verkeerd zit in dat hoofdje. Dat je wél vriendinnen kan hebben, met wie je samen kan gamen in plaats van hersenloos naar de dichtstbijzijnde handtassenwinkel te lopen.

En aan de organisatoren van dergelijke evenementen wil ik nog dit kwijt: respecteer onze eigenheid en ons vermogen om zelfstandig na te denken en keuzes te maken. Behandel niet alle vrouwen als schapen die zomaar in een bepaalde richting kunnen gejaagd worden.

donderdag 18 juli 2013

About stacking and YOLOing into stuff

Don't worry, I have not turned into one of those #yolo #swag kids! No, I want to talk about a computer game today. And about some people I met while playing this game.

"Friendships over the internet aren't real." That's what you hear when you tell people about friends you met through video games. I guess it depends on how you define friendship. True, you cannot call those people on a Friday night to go out drinking and you might not even know their real name. But on the other hand you share the same interest (a video game) and you may find you have more things in common.

During these last few months, I spent quite some time in Tyria, the fictional world of Guild Wars 2. It's in this world that I met some totally awesome people to form a guild with. Together we fought dragons, saved the cute quaggans and battled our way through dungeons. These dungeon runs ranged from 10 minutes to nearly 6 hours. Yes, six hours. These endeavours, together with other shenanigans like exploring the major cities for hidden corners, molded us into a good team and even a bunch of friends.
Today two of those people announced they're quitting the game. I respect their decision yet I couldn't help but feel sad about it. Thinking back on the "old times" made me laugh and shed a tear at the same time.

One person, known as Razz or V, would always assume command of the operation. Even when he stepped in for someone else in the middle of a dungeon, he would straightaway tell us to (my apologies for the technical lingo, dear readers) "stack right here so we can L.O.S. them around the corner. I'll throw a reflect wall and then Nico can cast his wall afterwards. Ready? Then I'll go pull the enemy with my Golem in a Box." Don't ever let him hear me saying this, but his advice and tactics were really good and pulled us through on numerous occasions! He was also the guild mate who ALWAYS found new tricks to glitch stuff and enter undiscovered areas. The following game update usually fixed these glitches, which made him slightly grumpy and amused us to no end.

The other person was V's brother Paen aka P. While V held briefings before engaging a difficult enemy, Paen showed off his shiny new weapons and yell things like "ERMAGHERD, ROCKET BOOTS, YOU GUYS!". And then, while we stacked and V went to pull one enemy, Paen would opt for his own battle plan. This own plan turned out to be a slightly adapted version of Leeroy Jenkins. 'Adapted' meaning he shouted "YOLO" before running in, realizing he made a terrible mistake and saying "Oh sh*t, oh guys, halp?" Or he would ask where I was ("east of that city") and then run toward me, not find me and realize he went west instead of east. Occasionally we would also have serious conversations about the real world. Especially Paen, the "chaotic" one, turned out to be someone who I could talk to about serious stuff.

The contrast between V and P could hardly be bigger: one thinking about battle plans, the other just running in. But what they had in common was a great sense of humour that often had everyone in the guild choking on their drinks or dying in the game because we were laughing too hard to focus on the fight.

If someone tells me "friendships over the internet aren't real", I will disagree with them because to me friendship is having fun together and listening when someone is feeling a bit down. And that's exactly what me and my guild mates do.

So when V told us they were both quitting the game I felt sad. Even though we will try to keep in touch and we might find a new game to play together, this guild will not be the same as before. I will definitely miss the structure V brought during dungeon runs and the crazyness that followed P.


V and P, thank you for all the fun we've had so far. I wish both of you the best of luck in life and I hope to see you again someday!

zaterdag 5 januari 2013

... viseert een bevolkingsgroep

Allereerst een gelukkig nieuwjaar gewenst aan al mijn lezers, zowel mijn trouwe volgelingen als de occasionele bezoekers.

Ik heb een tijd geleden een relaas gedaan over mijn ervaringen in de trein. Tijd dus om het over een andere vorm van openbaar vervoer te hebben. Meer bepaald over een bepaalde bevolkingsgroep die de bussen terroriseert. Iedereen kent ze wel, die mensen die zich beter voelen dan iedereen en dat ook duidelijk laten merken. Een typische busrit in Leuven verloopt daardoor steeds volgens hetzelfde stramien.
Je komt aan de bushalte aan het station en daar staat meestal al een exemplaar te wachten. Als ze er nog niet staan, moet je gewoon even wachten en dan komen ze zeker opdagen. Ze zijn makkelijk herkenbaar aan hun typische kledingstijl en vooral ook hun manier van praten en lopen. Niet dat ze allemaal even erg zijn, sommigen vallen zeker goed mee. Maar de anderen zijn onmiddellijk herkenbaar en je weet ook meteen dat ze problemen gaan geven.
Gisteren bijvoorbeeld kwam een specimen naast mij op het perron staan, op minder dan twee meter van de vuilnisbak. Aangezien we nog even op de bus moesten wachten, vond dit exemplaar het een goed moment om nog even een snoepje te eten. Zodra het chocolaatje in haar mond stak, frommelde ze het papiertje op en keek ze even rond zich. Toen ze merkte dat ik haar in het oog had, deed ze alsof ze het papiertje in haar jaszak wou steken, om het vervolgens "subtiel" op de grond te gooien. Dit is iets waar ik niet tegen kan, beste lezers. Er stond een vuilnisbak op amper twee passen afstand en het perron stond zeker niet zo vol dat deze onbereikbaar was. En zelfs als er geen vuilnisbak binnen aanvaardbare afstand staat, hoef je je afval nog niet op de grond te gooien. Steek het dan in je jas of handtas (ze had een grote handtas bij, dus zeker plaats genoeg) tot aan de eerstvolgende vuilnisbak. Maar gooi je afval niet op de grond en al zeker niet na zo'n circus waarbij je doet alsof je het in je jas gaat steken. Dat bewijst dat je goed genoeg weet dat dat niet hoort!
Ik heb even overwogen om te zeggen tegen deze persoon: "Excuseer, ik denk dat u iets heeft laten vallen." Maar de bus kwam toen net aan en het ellebogenwerk begon. Er zijn al mensen voor minder onder een bus geduwd. U mag twee keer raden wie het hardste liep te duwen en trekken om als eerste op de bus te kunnen... Inderdaad, onze sluikstortende vriendin, samen met enkele van haar soortgenoten die plots uit het niets opdoken. Het lijkt alsof ze daar een sport van maken: als eerste op de bus willen en dan de deur blokkeren omdat ze iets willen vragen aan de chauffeur. Zodra ze dan ingestapt zijn, is het tijd voor de volgende stap: plaats zoeken. Sommigen lijken een favoriete plaats te hebben en die moeten en zullen ze te pakken krijgen. Als er al iemand zit, wordt deze persoon verzocht om op te staan, op vriendelijke of minder vriendelijke wijze. Het probleem is dat je er moeilijk tegenin kan gaan, omdat dan alle medepassagiers scheef naar je kijken. Ze willen niet gediscrimineerd worden als lid van een bepaalde bevolkingsgroep, maar als het hen uitkomt, zwaaien ze wel met hun lidkaart van deze groep: "ik mag zitten want..."
Het lef van sommige bejaarden!

Bent u geneigd om op te staan voor iemand die eerst een aanval doet op het wereldrecord hinkstapspringen in een poging om als eerste op de bus te raken en vervolgens een wandelstok bovenhaalt en een zitplaats opeist omdat hij slecht te been is? Of iemand die eist dat de passagier op de tweede zetel vooraan links opstaat terwijl er achteraan de bus nog 5 plaatsen vrij zijn?
Zo'n relschoppers moeten bij mij niet afkomen. En dan trek ik het me ook niet aan dat ze tegen hun vriendin zitten te klagen: "Oooh Mariëtte, die jeugd van tegenwoordig, die staan hun plaats niet meer af aan ons, het is toch erg he."
Ja mevrouw, het is erg gesteld met de jeugd, maar ik sta mijn plaats wel af aan oudjes die slecht te been zijn én ik gooi geen afval op de straat, dank u.

donderdag 25 oktober 2012

Excuustruus

Het heeft na de verkiezingen van 14 oktober geen twaalf uur geduurd eer er in Sint-Truiden een coalitie was gesloten tussen CD&V en OpenVLD om samen te gaan besturen. Of er nu al dan niet een voorakkoord bestond, is voer voor discussie. Maar laten we dat een andere keer bespreken. Ik wil het hebben over onze nieuwe burgemeester Veerle Heeren en over een kort "gesprek" dat ik enkele jaren geleden met haar had.

We schrijven 2006, ik zit in het laatste jaar van het middelbaar en onze klas heeft een uitstap naar Brussel om onder andere het Vlaamse Parlement te bezoeken. Ter plaatse krijgen we in het halfrond wat uitleg van een volksvertegenwoordiger uit onze eigen stad, mevrouw Heeren. Nadat ze verteld heeft waar zo'n Parlement zich zoal mee bezighoudt, krijgen we de kans om vragen te stellen over de politieke actualiteit. Op dat moment werd in het nieuws veel aandacht besteed aan de vrouwenquota. Kieslijsten moesten in het vervolg uit evenveel mannelijke als vrouwelijke kandidaten bestaan (en de eerste drie kandidaten op een lijst mogen niet allemaal van hetzelfde geslacht zijn). Het gevolg van deze beslissing was dat partijen naarstig op zoek gingen naar vrouwelijke kandidaten om op de lijst te staan voor de gemeenteraadsverkiezingen die er toen aankwamen. Sommige partijen waren zelfs zo wanhopig dat ze in ware tupperware-stijl infosessies organiseerden: "organiseer thuis een avond met vriendinnen waarop één van onze vrouwelijke kopstukken komt praten".

Dus toen ik de mogelijkheid zag om Veerle Heeren daar persoonlijk over te interpelleren, kon ik dit niet zomaar laten voorbij gaan. De volgende (zeer korte) dialoog was het resultaat:
- "Over die vrouwenquota voor kieslijsten vraag ik me het volgende af. Is het niet beter om kandidaten te selecteren op competenties dan op geslacht?"
° "Vrouwen kunnen ook bekwaam zijn hoor!"
- "Dat ontken ik niet, maar ik word persoonlijk liever vertegenwoordigd door een bekwame man dan door een vrouw die enkel en alleen verkozen is omdat ze een vrouw is."
° "Maar vrouwen kunnen ook bekwaam zijn."

U ziet het, beste lezer, er viel niet echt met haar te praten over het onderwerp. Tijdens de verkiezingscampagne de afgelopen maanden was de slogan van mevrouw Heeren "Ik kies voor HAAR!" en hield ze acties onder de titel "Stem vrouw". Ik vroeg me toen af hoe men zou reageren wanneer een man campagne zou voeren met "Stem op mij, want ik ben een man". Of hoe die-hard feministes en voorvechtsters van de vrouwenquota zouden steigeren wanneer in typische vrouwenberoepen, zoals vroedkunde, quota worden opgelegd dat er evenveel mannen als vrouwen moeten aangenomen worden. "Ja mevrouw, u bent de beste kandidaat op basis van uw competenties maar jammer genoeg moeten we een man aanwerven. Nog een prettige dag verder." De golf van verontwaardiging zou allicht groot zijn.

Behalve het feit dat met deze quota niet de meest bekwame kandidaat wordt aangenomen of verkozen, kan je je ook afvragen hoe het voelt voor de persoon die de begeerde positie krijgt, de zogenaamde excuustruus (of -guus indien het om een man gaat). Dat hij/zij niet op eigen kracht bewezen heeft hogerop te raken en die functie enkel gekregen heeft door te beschikken over het juiste chromosoom. Zou u zich daar goed bij voelen? En u, kersverse mevrouw de burgemeester? Ik alvast niet.


In afwachting van een storm aan feministisch ge-"maar-maar",
An

maandag 30 januari 2012

Supermarktstress

Iedereen kent het probleem wel: de voorraadkast is leeg en je hebt honger. En aangezien er geen wolharige mammoeten meer rondzwerven en de gemiddelde mens ook geen giftige bessen van eetbare meer kan onderscheiden, haal je je voorraad vlees en andere voeding voor een hele week het best in de supermarkt. Dichtbij, snel en gemakkelijk! Of dat willen ze ons toch doen geloven. Dichtbij, dat zal nog wel kloppen voor de meeste mensen. Aangezien je je boodschappen niet in 1 zak krijgt en al helemaal niet mee op de fiets kan nemen, moet je toch de auto van stal halen en dan is alles plots veel dichterbij. Maar snel en gemakkelijk? Neen, daar ben ik niet van overtuigd. Eerst en vooral moet ik parkeerplaats vinden voor de wagen. Natuurlijk parkeer ik liefst zo dicht mogelijk bij de ingang van de supermarkt, maar iedereen heeft datzelfde lumineuze idee en dus is er enkel nog plaats te vinden ergens achteraan de parking, tussen twee zeer sociale dubbelparkeerders zodat de auto er nog wel tussen past maar ik het portier niet meer open krijg. Wanneer ik dan eindelijk via je koffer uit de wagen geklommen ben, begint de zoektocht naar een winkelkarretje. Winkelkar, o winkelkar, waer bestu bleven? Daar staat er nog eentje! En er ligt zelfs geen afval in! Op naar de ingang...
We bevinden ons in een supermarkt van een niet nader genoemde keten waarvan de naam begint met een C en eindigt op T. De vreselijke akoestiek zorgt ervoor dat ik meteen een storm van lawaai te horen krijg zodra ik de winkel betreed. Niet echt gezellig naar mijn bescheiden mening. Maar goed, ik baan me een weg langs de rekken wijn en kom aan bij een tafereel dat op het eerste zicht lijkt op een autokerkhof, maar dan met winkelkarren: verwrongen metaal, schreeuwende mensen, iedereen loopt door elkaar. Ik merk echter al snel dat het gaat om mensen die een bestelling willen plaatsen bij de beenhouwerij. 5 mensen staan te drummen bij het uitstalraam, 10 anderen vechten om een bestelformulier en een plekje om dat in te vullen, hun winkelkarretjes staan intussen overal verspreid. Ik vervolg mijn weg en bots in het volgende rek bijna op een tegenligger. De persoon in kwestie kijkt me verongelijkt aan en vervolgt zijn weg. Ik besluit hetzelfde te doen. Een halve rij verder is het echter weer van dat. Een vrouw komt uit de andere richting en beslist haar kar tijdelijk te parkeren naast een ladder waar een werknemer de rekken aan het vullen is. Ze heeft namelijk koekjes nodig die in dat ene rek staan. Jammer genoeg voor mij weet ze niet precies wélke koekjes en neemt ze dus elk pak afzonderlijk vast. Intussen kan ik niet vooruit want het gangpad is precies even breed als de kar en de ladder. Zucht... Ik manoeuvreer mijn eigen kar dus maar aan de kant, net voor de ladder zodat de dame in kwestie vlot voorbij kan wanneer ze eindelijk de koeken gevonden heeft die ze zocht. Helaas pindakaas, het volgende product op haar boodschappenlijstje blijkt net datgene te zijn waar mijn kar voor staat. Een volgende verongelijkte blik valt me te beurt en ik word gedwongen mijn kar achteruit te trekken zodat mevrouw met haar kar tot vlak voor het juiste rek kan rijden en ik dan vervolgens kan passeren. De rest van mijn winkelbezoek verloopt volgens hetzelfde patroon. Nochtans ben ik 1 van de weinige mensen die de pijlen volgt die in het groot op de vloer geschilderd zijn. Uiteraard vormen die pijlen een verkoopstechniek omdat je op die manier voorbij alle rekken komt en zo hopelijk nog wat extra producten koopt, maar het maakt het winkelen voor iedereen zoveel aangenamer wanneer iedereen de pijlen zou volgen. Toch? Geen tegenliggers meer. Het probleem van mensen die overal te pas en te onpas blijven staan met hun kar en daarmee de doorgang blokkeren, raakt inderdaad niet opgelost wanneer iedereen de pijlen volgt, maar het zou al een begin zijn.
Met een bloeddruk die ondertussen al flink gestegen is, bereik ik uiteindelijk de kassa's. Ik kan de uitgang zien, de buitenlucht bijna voelen! Spijtig genoeg heb ik -alweer- de foute rij gekozen en duurt het inscannen en afrekenen van een pak rubberen handschoenen en 2 potten vaseline van mijn voorganger veel langer dan de volle kar van de rij naast mij. Ik herinner mij plots dat deze winkelketen een tijd geleden geëxperimenteerd heeft met het invoeren van 1 enkele wachtrij van waar de mensen dan vervolgens konden doorschuiven wanneer er een kassa vrij kwam. Jammer genoeg werd dit idee afgevoerd omdat de mensen het gevoel hadden dat ze langer in de rij stonden. Omdat mensen die vinden dat ZIJ mogen spookrijden en dat ZIJ ook nog kwaad mogen zijn op mensen die wel de juiste richting volgen, het gevoel hadden dat het langer duurde. Goed, zo'n lange rij geeft het gevoel dat het lang gaat duren eer het jouw beurt is en je kan niet kiezen voor een bepaalde kassier, maar je gaat nooit meer de pech hebben dat jij net in de traagste rij staat. Gemiddeld zal de wachttijd ongeveer gelijk blijven. En als je absoluut je lievelingskassier wil, laat dan andere mensen voor tot hij/zij vrij is. Je moet er iets voor over hebben, niet? Na enkele minuten hierover te mediteren, is het toch eindelijk mijn beurt. Ik reken af, laad alles in de koffer van de auto, breng de kar weer weg en vertrek vervolgens naar huis. Daar lig ik de rest van de dag met hoofdpijn in de zetel en weet ik weer waarom ik mensen soms op hun gezicht wil slaan. Elke week opnieuw...